Dossier Hittestress

De opwarming van de aarde veroorzaakt steeds vaker extreme weersomstandigheden, ook in België. Hittegolven nemen toe in aantal en duur, wat grote gevolgen heeft voor mens, dier en milieu. Ook in de veehouderij leidt dit tot meer hittestress. Dit heeft directe gevolgen voor het welzijn, de gezondheid en de prestaties van dieren. Klimaatadaptatie, zowel op het bedrijf als tijdens transport, wordt de komende decennia een belangrijke uitdaging in de veehouderij.

Water hittestress varken

Wat doet ILVO?

  • Ventilator melkveestal hittestress
    ILVO onderzoekt maatregelen die hittestress bij verschillende diersoorten moet verminderen.

INHOUD

1. Wat is Hittestress?
2. Waarom lopen landbouwdieren verhoogd risico op hittestress?
3. Welke factoren beïnvloeden de mate van hittestress?
4. Hoe kan hittestress ingeschat worden?
5. Wat zijn de gevolgen van hittestress?
6. Hoe kan je hittestress aanpakken?

1. Wat is hittestress?

Runderen, varkens en pluimvee zijn warmbloedige dieren: ze houden hun inwendige lichaamstemperatuur bijna altijd constant, zelfs als de omgevingstemperatuur verandert. Binnen hun zogenaamde thermoneutrale zone kost het hen weinig moeite om die temperatuur stabiel te houden. In die zone kunnen ze optimaal groeien en presteren, omdat ze geen extra energie hoeven te gebruiken om warm of koel te blijven.
De lichaamstemperatuur wordt geregeld door warmte te produceren als het koud is, en warmte af te geven als het warm is. Naarmate het warmer wordt, kost het steeds meer moeite om die balans te behouden. Als het te warm wordt, zal de lichaamstemperatuur toch stijgen, ondanks pogingen om af te koelen door warmte-uitwisseling. Op dit moment spreken we van hittestress (Figuur 1).

“Hittestress komt voor wanneer dieren hun lichaamstemperatuur niet meer in stand kunnen houden zonder extra energie te verbruiken.”
Figuur 1: Voorstelling van de thermoneutrale zone van zoogdieren en vogels. LCT = Lower Critical Temperature, UCT = Upper Critical Temperature.
Figuur 1: Voorstelling van de thermoneutrale zone van zoogdieren en vogels. LCT = Lower Critical Temperature, UCT = Upper Critical Temperature. Bron: ILVO

2. Waarom lopen landbouwdieren verhoogd risico op hittestress?

Hittestress kan voorkomen bij alle dieren. Landbouwdieren lopen echter verhoogd risico op hittestress door een aantal redenen:

  • De bezettingsgraad van de dieren is hoger in stallen dan in een natuurlijke situatie, waardoor er minder ruimte is om afstand te nemen van anderen en te ventileren. Bovendien zijn hoog-bezette stallen moeilijker om af te koelen.
  • Door jaren van selectie naar hogere productiviteit en hogere efficiëntie is het vermogen om met hittestress om te gaan afgenomen en de interne warmteproductie toegenomen.
  • Door de stalomgeving krijgen landbouwdieren minder de kans om hun natuurlijke adaptatiestrategieën te gebruiken.

Door klimaatverandering neemt bovendien de frequentie, duur, en sterkte van hittegolven steeds meer toe. Sinds 1981 steeg elke 10 jaar het aantal hittegolven in België met 0,3, duurden ze 2 dagen langer en waren ze 1°C per dag warmer (Bron: KMI). De voorbije jaren kenden we een aantal ongeziene hittegolven; In 2020 duurde de hittegolf in augustus maar liefst 12 dagen, en in 2022 lag de maximumtemperatuur in Ukkel in augustus élke dag boven de 20°C. Dat was nog nooit gebeurd sinds het begin van de metingen. De verwachting is dat de komende decennia hittegolven steeds vaker en heviger zullen plaatsvinden, samen met een stijging van de gemiddelde temperatuur op aarde (Figuur 2).

Figuur 2: Evolutie van de gemiddelde temperatuur op aarde t.o.v. referentieperiode 1850-1900.
Figuur 2: Evolutie van de gemiddelde temperatuur op aarde t.o.v. referentieperiode 1850-1900.

3. Welke factoren beïnvloeden de mate van hittestress?

Er zijn veel verschillende factoren die de mate van hittestress vergroten of verkleinen. Hieronder vind je een opsomming van de belangrijkste factoren.

Luchttemperatuur

De omgevingstemperatuur is een van de belangrijkste factoren die bepaalt hoe goed een dier met warmte kan omgaan. Als het warm is, stijgt de lichaamstemperatuur van het dier sneller en moet het lichaam zich harder aanpassen. Duurt die warmteperiode lang, dan krijgen de dieren niet genoeg tijd om tussendoor af te koelen.

Luchtvochtigheid

De relatieve vochtigheid geeft aan hoeveel waterdamp de lucht bevat en verhoogt wanneer het regenachtig, mistig of onweerachtig is. Tijdens warme zomerdagen met een hogere relatieve vochtigheid ervaren we een meer 'drukkend' gevoel en is de hittebelasting hoger. Varkens, pluimvee en (in mindere mate) rundvee zijn tijdens hitte vooral aangewezen op waterverdamping (via ademhaling) om warmte te verliezen. Een hoge luchtvochtigheid werkt die warmteafgifte tegen. Het is bij deze dieren dus extra belangrijk om de relatieve vochtigheid te monitoren. Vanaf 80% relatieve luchtvochtigheid kunnen er op warme dagen vroeger hittestressreacties optreden. Ook de groei- en productieresultaten gaan dan achteruit.
Hou daarom niet enkel de temperatuur in de stal in de gaten, maar kijk ook regelmatig naar de luchtvochtigheid. Beide samen bepalen de echte hittebelasting voor je dieren.

Luchtverplaatsing

Varkens en pluimvee hebben geen functionele zweetklieren en kunnen dus ook geen warmte afgeven via zweten. Runderen hebben wel functionele zweetklieren, maar die zijn minder effectief dan bij vb. mensen. Luchtbeweging helpt de dieren om warmte kwijt te raken. Hoe sneller de lucht beweegt, hoe beter de warmteafvoer, vooral bij hogere temperaturen.
Let op: bij lagere temperaturen kan te veel luchtverplaatsing ook koude stress veroorzaken, omdat de gevoelstemperatuur daalt.

Directe zonnestraling

Rechtstreekse zonnestraling die op de huid van de dieren valt zal de hittestress snel doen toenemen. Vooral bij rundvee moet er specifieke aandacht geschonken worden aan zonne-inval bij de inrichting en de bouw van de stal. Zones waar op bepaalde momenten van de dag veel zon invalt zullen vermeden worden door de dieren. Dit kan dan weer leiden tot een verhoogde bezetting in andere delen van de stal, waardoor de capaciteit om warmte af te geven in die zones daalt. Bij beweiding kan dit vermeden worden door de dieren enkel ’s avonds of ’s nachts op de weide te laten.

Diersoort en diercategorie

Bij een identieke luchttemperatuur en luchtvochtigheid zullen runderen sneller hittestress vertonen dan varkens of pluimvee, aangezien hun thermoneutrale zone lager ligt. Toch zijn ook pluimvee en varkens gevoelig voor hittestress. Het type huisvesting en de bezettingsgraad beïnvloeden bovendien het stalklimaat, en dus het microklimaat op dierniveau, sterk. Door de hogere densiteit aan dieren hebben varkens en pluimvee minder ruimte om warmte af te geven.

Ook binnen een diersoort bestaan verschillen afhankelijk van het geslacht, lichaamsgewicht, fysiologische status en genetica (zie volgende items). Ook een verschil in huisvesting tussen diercategorieën speelt mee. Zo worden vleeskuikens meestal op de grond gehuisvest, waar er minder ruimte is om warmte af te geven, terwijl leghennen vaker in verrijkte kooien of volières verblijven.

Lichaamsgewicht

Zwaardere vleesvarkens, vleeskuikens en stieren zijn gevoeliger voor hittestress dan lichtere. Grotere dieren hebben namelijk in verhouding minder huidoppervlak t.o.v. massa om warmte af te geven. Bovendien hebben ze een dikkere onderhuidse vetlaag, wat als een isolatielaag werkt en warmte vasthoudt. Zowel snelgroeiende dieren als hoogproductieve dieren hebben een hoger metabolisme en dus meer interne warmteproductie. Dit alles maakt hen kwetsbaarder voor hittestress. Vb. vleeskuikens zijn het gevoeligst voor hittestress van 4 weken tot 6 weken, dan zijn ze immers op hun zwaarst.

Genetica

Het vee van vandaag is door jarenlange selectie genetisch sterk veranderd. Zo zijn de hedendaagse varkens geselecteerd om sneller te groeien, meer mager vlees aan te zetten, en grotere tomen te produceren. Maar dat betekent ook dat hun lichaam meer energie vraagt en dus warmte produceert, zelfs in thermoneutrale omstandigheden. Ook bij runderen en pluimvee heeft de selectie naar een versnelde, efficiëntere groei en verhoogde productie doorheen de jaren de interne warmteproductie verhoogd en de weerbaarheid tegen hittestress verlaagd. Belgisch Witblauwe dieren vb. hebben weinig huidoppervlakte voor een grote lichaamsinhoud met veel kleine spieren en kleine longen, waardoor ze minder snel warmte kunnen afgeven dan andere vleesrassen. Sommige rassen vertonen verbeterde tolerantie tegen hittestress, zoals de Iberico bij varkens of de zebu bij runderen. Vaak zijn deze rassen echter minder efficiënt en productief.

Geslacht

Gelten (vrouwelijke vleesvarkens) en bargen (gecastreerde vleesvarkens) reageren verschillend op hitte. In het algemeen hebben gelten een iets lagere lichaamstemperatuur dan bargen, zowel bij thermoneutrale als warme temperaturen. Ze lijken ook beter te wennen aan langere periodes van warmte. Een mogelijke reden is het hormoon oestrogeen, dat de lichaamstemperatuur helpt verlagen. Zowel bij vleesvarkens als vleeskuikens eten vrouwelijke dieren meestal iets minder dan mannelijke dieren, waardoor ze minder warmte produceren via de spijsvertering.

Fysiologische status

De toestand van het dier (productiefase, dracht) speelt ook een rol in hoeveel energie (en dus warmte) het verbruikt. Drachtige zeugen en melkkoeien hebben extra energie nodig voor het dragen van de biggen/kalveren, zeker op het einde van de dracht, waardoor de hittetolerantie afneemt. Bij lacterende zeugen zorgt de melkproductie voor een extra energie-vraag die de hitte-tolerantie nog meer doet afnemen. Leghennen zijn het gevoeligst voor hittestress tijdens piekproductie (rond de 30 weken) of wanneer ze net starten met eieren leggen (vanaf 18-20 weken), omdat ze dan al van bij de start een achterstand hebben. Ook hoogproductief melkvee is gevoeliger voor hittestress dan dieren die minder melk produceren omdat hun metabolisme verhoogt: enerzijds door de hogere voederopname en de warmte die vrijkomt bij de vertering, anderzijds door de hogere melkproductie zelf.

“Hittestress wordt niet bepaald door temperatuur alleen. Ook luchtvochtigheid, luchtverplaatsing, lichaamsgewicht, productieniveau en genetica spelen een cruciale rol”
Figuur 3: Waarom zijn varkens zo gevoelig voor hitte?
Figuur 3: Waarom zijn varkens zo gevoelig voor hitte? Bron: ILVO

4. Hoe kan hittestress ingeschat worden?

De eenvoudigste index om hittestress in te schatten is de Temperature-Humidity Index of THI. Dit is een combinatie van de luchttemperatuur en luchtvochtigheid, die uitgedrukt wordt in een score. Voor varkens treedt risico op hittestress op vanaf THI 75 (Figuur 4), voor runderen vanaf THI 68 en bij pluimvee vanaf THI 74. De THI-tool voor varkens en pluimvee is beschikbaar op het Varkensloket (link) en op Pluimveeloket (link), respectievelijk.

Figuur 4: Tabel om de THI in te schatten op basis van relatieve vochtigheid (%) en temperatuur (°C), met grenswaardes voor het risico op hittestress voor varkens.
Figuur 4: Tabel om de THI in te schatten op basis van relatieve vochtigheid (%) en temperatuur (°C), met grenswaardes voor het risico op hittestress voor varkens. Bron: ILVO

Temperatuur en relatieve vochtigheid geven echter niet het volledige plaatje weer. Daarom zijn ook andere indices ontwikkeld, zoals de Heat load Index (HLI) en Cattle Comfort Index (CCI), die beiden ook rekening houden met de luchtsnelheid en zonnestraling.

5. Wat zijn de gevolgen van hittestress?

Varkens

Verandering in gedrag

Van nature rollen varkens graag in modder om af te koelen, zich te beschermen tegen insecten en zonnestraling. Modder blijft langer op de huid zitten en koelt beter dan water. In conventionele stallen is modder niet beschikbaar, dus zoeken varkens soms verkoeling door in hun mest en urine te liggen, ook al vermijden ze dat gedrag normaal. Dat kan nadelig zijn voor de algehele hok- en stalhygiëne.

Verhoogde ademhaling en lichaamstemperatuur

Bij warm weer beginnen varkens al onmiddellijk sneller te ademen. Deze versnelde ademhaling is een eerste fysiologische reactie op hittestress, nadat hun gedrag al is aangepast. Omdat varkens nauwelijks kunnen zweten, proberen ze via hun ademhaling warmte kwijt te raken, al is die niet altijd even gemakkelijk door hun geringe longcapaciteit.

Als de hitte te lang aanhoudt, stijgt hun inwendige temperatuur, te meten via de rectale temperatuur. Deze waarde is belangrijk om te bepalen hoeveel hittestress een dier ervaart. Normaal houden varkens hun lichaamstemperatuur constant, maar bij extreme hitte lukt dat niet meer goed.

Verminderde voederopname voor een lagere warmteproductie

Hoge temperaturen hebben een negatieve invloed op de voederopname van zeugen en vleesvarkens. Varkens eten minder als het warm is. Door minder te eten, produceren ze minder warmte tijdens de vertering. Zo proberen ze hun lichaamstemperatuur stabiel te houden. Hoeveel de voederopname daalt, verschilt per situatie, maar kan oplopen tot 40 à 80 gram per dag per °C.

Naast een dalende voederopname tijdens de hitte, gaan lacterende zeugen ook minder melk produceren, om minder warmte te produceren. Daarom hebben zij en hun biggen het extra moeilijk tijdens hittestress.

Uiteindelijk zal een lagere voederopname leiden tot een tragere groei. Toch is dit niet de enige oorzaak: het lichaam van het dier reageert ook rechtstreeks op de warmte. Door hittestress verliezen varkens meer vocht en wordt de opname van voedingsstoffen verstoord. Dit komt onder meer doordat de doorbloeding naar de darmen afneemt (om de huid beter te koelen), wat leidt tot zuurstoftekort in de darmwand. Hierdoor raakt de darmbarrière beschadigd, kunnen ongewenste stoffen en bacteriën in het lichaam binnendringen en ontstaat ontsteking, ook wel ‘leaky gut’ genoemd. Dit zal dan uiteindelijk ook de voederefficiëntie verminderen.

“Dieren reageren op hitte door hun gedrag, ademhaling en voederopname aan te passen, maar langdurige hittestress tast uiteindelijk ook hun gezondheid en groei aan”

Pluimvee

Een overzicht van de mogelijke lichamelijke gevolgen bij pluimvee vind je hieronder (Figuur 5).

Figuur 5: Wat zijn de gevolgen van hittestress bij pluimvee?
Figuur 5: Wat zijn de gevolgen van hittestress bij pluimvee? Bron: ILVO

Verandering in gedrag

Ook pluimvee zal zich anders gedragen bij hittestress. Ze beginnen te hijgen en trachten indien mogelijk te stofbaden. Daarnaast bewegen ze minder en proberen ze de vleugels te spreiden om het oppervlak voor warmteverlies te vergroten. In extreme gevallen worden de dieren lusteloos en gaan ze liggen met uitgestrekte nek.

Verhoogde ademhaling en lichaamstemperatuur

Net als varkens kunnen kippen niet zweten, en hun bevedering bemoeilijkt de warmteafgifte via de huid. Tijdens warm weer verliezen ze vooral warmte door waterverdamping via de ademhaling. Om dit aandeel te verhogen, gaan ze sneller ademen met open bek: dit noemen we hijgen of “gular fluttering” (“keeltrillen”). Houdt dit lang aan, dan kan dit leiden tot negatieve effecten in het bloed.

Ook kippen proberen hun lichaamstemperatuur constant te houden. Als dit niet meer lukt, zal de lichaamstemperatuur stijgen, te meten via de rectale temperatuur. Dit is een belangrijke en vaak gebruikte parameter om hittestress objectief vast te stellen.

Verminderde voederopname voor een lagere warmteproductie

Kippen zullen tijdens hitte minder eten om dezelfde reden als varkens (zie hierboven). Die daling in voederopname varieert tussen diercategorieën. Bij vleeskuikens kan dit dalen met 10 tot 40 g per dier per dag, wat leidt tot tragere groei. Bij leghennen kan zowel het legpercentage als de eimassa afnemen. En zowel bij vleeskuikens als bij leghennen kan de kwaliteit van de eindproducten (vlees en eieren) verminderen.

Die verminderde prestaties hebben echter ook andere oorzaken. Door langdurig hijgen gaat er meer CO₂ verloren, wat de zuur–basebalans in het bloed kan verstoren. Daarnaast kan, net als bij varkens, de darmbarrière beschadigd raken, waardoor de voederopname en vertering verder bemoeilijkt worden.


Runderen

Verandering in gedrag

Net als varkens en pluimvee zullen ook rundvee zal zich anders gedragen bij hittestress. Ze gaan meer rechtstaan omdat ze op die manier meer warmte kunnen verliezen. Ze proberen hun warmte kwijt te geraken via vasodilatatie, zweten en een snellere ademhaling. Op de weide zullen ze schaduw zoeken. In de stal zoeken runderen plekken op waar het frisser is door wind of ventilatie. Soms troepen ze samen op deze plaatsen waardoor het er net nog warmer wordt.

Verhoogde ademhaling en lichaamstemperatuur

Runderen verliezen in eerste instantie hun warmte via vasodilatie (het verwijden van de bloedvaten). Deze vorm van warmte-afgifte kost het minst energie. Wanneer dit onvoldoende is om hun lichaamstemperatuur constant te houden, zullen ze vervolgens sneller ademhalen en in meer extreme omstandigheden hijgen en met open mond ademen (panting). Houdt dit lang aan, dan kan dit leiden tot negatieve effecten in het bloed.

Verminderde voederopname voor een lagere warmteproductie

Een groot deel van de metabole warmteproductie bij runderen is afkomstig uit de pens bij het verteren van hun (ruw)voeder. Bij hittestress gaan de dieren minder voeder opnemen, vooral ruwvoeder, waardoor ze minder herkauwen. In combinatie met het hijgen, gewijzigde CO2 balans en minder speekselproductie is er minder bufferend vermogen in de pens aanwezig waardoor dieren gevoeliger zijn voor pensverzuring. De wateropname zal ook stijgen. De lagere voederopname is nadelig voor de prestaties van de dieren met een lagere melkproductie bij lacterende koeien of lagere groei bij jongvee. Daarnaast kan hittestress gevolgen hebben op vruchtbaarheid, klauwgezondheid en transitie van de koeien. Dit wordt niet alleen door de directe effecten van hittestress veroorzaakt, maar ook door indirecte effecten. Zo gaat er door langdurig hijgen meer CO₂ verloren, wat de zuur–basebalans in het bloed kan verstoren.

6. Hoe kan je hittestress aanpakken?

Hittestress is een probleem dat op vele vlakken aangepakt kan worden. Daarom onderzoekt ILVO verschillende hittestress-reducerende maatregelen in de veehouderij.

Varkens

In het Coolpigs project (2020-2024) werd onderzocht hoe hittestress bij varkens kan gereduceerd worden via een voorspellende hitte-tool en bedrijfsspecifiek actieplan. Dit resulteerde in een hitteplan, waarvan de korte versie reeds online staat. Een langere versie wordt binnenkort gepubliceerd. Alle uitgeteste maatregelen, en andere maatregelen in de literatuur kan je in deze brochure terugvinden. Een greep uit de praktijkgerichte tips van dit hitteplan:

  • Verdeel het voeder in kleinere porties over meerdere momenten van de dag, in plaats van één of twee grote beurten. Deze aanpak is vooral belangrijk bij kraamzeugen, die extra gevoelig zijn voor hitte.
  • Zorg dat er onbeperkt toegang is tot vers, kwaliteitsvol drinkwater. Controleer regelmatig het debiet van de drinknippels. Indien mogelijk kan je werken met gekoeld drinkwater (<15°C). Uit onderzoek is gebleken dat dit een positief effect heeft op de prestaties van zowel zeugen als biggen. Het effect van wateradditieven (zoals vitaminen of elektrolyten) bleek eerder beperkt te zijn.
  • Eiwitrijke voeders zorgen na het eten voor een hogere interne warmteproductie. Door het eiwitgehalte bij vleesvarkens licht te verlagen, kan de warmtebelasting verminderd worden. Belangrijk is wel dat dit geen negatieve invloed heeft op de groei. Het effect van voederadditieven (zoals selenium of vitamine E of C) bleek beperkt.
  • Een lagere bezettingsgraad (>1,0 vs 0,8 m²) zorgt voor een hogere dagelijkse voederopname en groei, betere voederconversie en lagere stressniveaus, en zorgt in tijden van hittestress voor een betere thermoregulatie.
  • Het plaatsen van extra axiale ventilatoren in de dierzone kan de luchtsnelheid lokaal verhogen, wat de warmteafvoer verbetert.
“Zoek bij aanhoudende hitte niet naar hét ene wondermiddel. Het is de combinatie van meerdere kleine managementmaatregelen die een groot verschil voor de dieren kunnen maken”
Verneveling is één van de vele technieken die kan gebruikt worden om hittestress bij varkens te verminderen.
Verneveling is één van de vele technieken die kan gebruikt worden om hittestress bij varkens te verminderen.

Pluimvee

In het zusterproject Coolchicks (2021-2025) werd, gelijkaardig als bij varkens, onderzocht hoe hittestress bij pluimvee kan gereduceerd worden via een voorspellende hitte-tool en bedrijfsspecifiek actieplan. Een overzicht van maatregelen vind je op de website van Coolchicks (link). Een pluimvee-hitteplan zal in 2026 verschijnen.

  • Het gebruik van koeling, zoals verneveling of padkoeling, kan het stalklimaat efficiënt verlagen, sterfte reduceren en voederopname op peil houden.
    Opgelet
    : zorg ervoor dat de relatieve vochtigheid niet te hoog wordt!
  • Optimaliseer de ventilatie door poorten gesloten te houden, en eventueel recirculatieventilatoren te gebruiken. Ventilatie reduceren tijdens het gebruik van natte koeling lijkt interessant om de warme lucht buiten te houden, maar onderzoek toonde een beperkt nut aan doordat de relatieve vochtigheid stijgt.
  • Zorg dat er onbeperkt toegang is tot vers, kwaliteitsvol drinkwater. Controleer regelmatig het nippeldebiet. Test indien nodig de waterkwaliteit. Het effect van wateradditieven (zoals vitaminen of elektrolyten) bleek eerder beperkt te zijn.
  • Eiwitvertering zorgt voor veel warmteproductie. Door het eiwitgehalte bij vleeskuikens licht te verlagen, kan de warmtebelasting verminderd worden. Bovendien heeft dit ook een gunstig effect op ammoniakemissies. Belangrijk is wel dat dit geen negatieve invloed heeft op de groei. Het effect van voederadditieven bleek beperkt.
  • Een lagere bezettingsgraad, door minder kippen op te zetten of extra uit te laden, kan ervoor zorgen dat de dieren hun warmte beter kwijt kunnen.
  • Het verschuiven van voederbeurten naar koelere momenten vermindert de warmteproductie door vertering. Let erop om ’s avonds voldoende voer te voorzien om een stormloop en extra sterfte te vermijden.

Runderen

Runderen kunnen op verschillende locaties hittestress ervaren. Enerzijds kan hittestress in de stal vermeden worden door met een zo open mogelijke stal te werken, waardoor natuurlijke ventilatie gemaximaliseerd wordt. Zijwandventilatie is daarbij effectiever dan nokventilatie. Bijkomend kan ingezet worden op ventilatoren. Uit onderzoek bleek dat de positie en richting van de ventilatoren cruciaal is om het effect ter hoogte van de koe te maximaliseren. Belangrijk hierbij is om voldoende snelle luchtverplaatsing te creëren bij de koeien om het verdampen te vergemakkelijken. Tot slot kunnen bijkomende koeltechnieken gebruikt worden:

  • Verneveling met nozzles van 2mm op de ventilatoren kan de staltemperatuur met enkele graden doen zakken.
  • Sproeien van de voederhekken kan de staltemperatuur doen dalen. Hierbij is het van belang om de ventilatie tijdelijk af te schakelen.
  • Dakkoeling, d.m.v. sproeiers op het dak, zorgt ervoor dat de temperatuur van het dak snel afkoelt, maar het effect op de koeien zelf bleek eerder beperkt te zijn.

Een tweede aspect van hittestress bij runderen zit bij het voer. Hogere temperaturen kunnen zorgen voor broei en voor een daling van de voederkwaliteit. Een aantal technieken om dit te vermijden:

  • Frequenter voederen
  • Broeiremmers toevoegen
  • Kuilmanagement – Ervoor zorgen dat de kuilkwaliteit geoptimaliseerd wordt, zowel tijdens het inkuilproces als bij het uitkuilen, o.a. door een voldoende hoge uitkuilsnelheid aan te houden.

Een derde aspect is hittestress op de weide. Uit onderzoek bleek dat schaduw voorzien op de weide lagere melkproductie en tekenen van hyperventilatie kan voorkomen (link). Beschutting op de weide kan voorzien worden op natuurlijk wijze (bomen) of op artificiële wijze (schermen of dakconstructies). Het voordeel van bomen is dat die als ‘kleine landschapselementen’ zorgen voor een grotere biodiversiteit en koolstofopslag. Schaduwdoeken hebben dan weer als voordeel dat ze licht en eenvoudig draagbaar en verplaatsbaar zijn, wat ze toepasbaar maakt voor vb. rotatiebeweiding. Vaste schaduwconstructies kunnen uit allerlei materialen gemaakt worden, elk met hun voor- en nadelen. Een aandachtspunt hierbij is dat bepaalde materialen, bvb. metaal, voor stralingswarmte kunnen zorgen bij de schuilende dieren. Voor meer info hierover kan je het eindverslag van het Pastress project nalezen (link)

Alles over hittestress bij runderen en maatregelen om dit tegen te gaan is te vinden op het Rundveeloket (link)


Runderen vinden beschutting voor de zon onder een scherm op de weide.
Runderen vinden beschutting voor de zon onder een schaduwdoek op de weide.

Video's

Eind 2023 vond een reeks webinars plaats in het kader van het Vlaams Klimaatadaptatieplan. In onderstaande video kwamen maatregelen binnen de dierlijke productie aan bod. O.a. Alice Van den Broeke (varkens), Renée De Baets (pluimvee) en Maarten Cromheeke (runderen) delen hier hun bevindingen.

In 2020 organiseerde het kennisplatform Koesensor in samenwerking met Zoetis drie webinars over hittestress bij melkvee. Daarin werd uitgelegd hoe hittestress kan herkend worden, wat de gevolgen zijn, en welke maatregelen kunnen genomen worden.


Ook voor hittestress bij vleesvee werd in 2020 een reeks webinars georganiseerd, ditmaal door het Agentschap Landbouw & Zeevisserij.

Contacteer een expert

Algemeen: elk@ilvo.vlaanderen.be

Varkens: lotte.deprekel@ilvo.vlaanderen.be, alice.vandenbroeke@ilvo.vlaanderen.be

Pluimvee: renee.debaets@ilvo.vlaanderen.be, evelyne.delezie@ilvo.vlaanderen.be

Rundvee: maryline.lamerand@ilvo.vlaanderen.be, leen.vandaele@ilvo.vlaanderen.be

Ook interessant

Projectnieuws 09/12/2025

Lanceringsevenement van AgriClimate in Leuze-en-Hainaut

Lanceringsevent AgriClimate
Meer dan zeventig landbouwers, technici en onderzoekers uit Vlaanderen, Wallonië en Noord-Frankrijk kwamen op donderdag 6 november samen in Leuze-en-Hainaut voor het lanceringsevenement van AgriClimat...