Dossier Aquacultuur op zee

Er zijn wel wat redenen te bedenken om maricultuur ‒ de kweek van dieren en planten op zee ‒ in Vlaanderen uit te bouwen. Vlamingen zijn namelijk grootgebruikers van zeevruchten en vis, en om aan die vraag te kunnen voldoen voert België jaarlijks 290.000 ton vis en zeevruchten in. De logische vraag is dan ook “Moeten wij investeren in een eigen aquacultuurproductie?”.

Schaaltje met klaargemaakte belgische mosselen uit maricultuur, met daarnaast een puntzak met frietjes

Wat doet ILVO?

  • Beeld van de Noordzee, met op de achtergrond windturbines en op de voorgrond de boeien van een aquacultuurinstallatie.
    ILVO onderzoekt opportuniteiten voor gecombineerd gebruik van ruimte door maricultuur en andere activiteiten (windmolenparken, visserij, ..)

Economische haalbaarheid van maricultuur in de Noordzee

Verschillende studies (o.a. AquaValue, 2015) toonden aan dat zeewierteelt en schelpdierkweek in onze voedselrijke Noordzee economisch haalbaar zijn. Meer nog, door de relatief snelle groei lijken we te kunnen concurreren met ingevoerde producten. Mosselen in hangcultuur marktklaar krijgen in het Belgische deel van de Noordzee neemt “slechts” 18 maanden in beslag en levert vleeswaarden van 40-45%. De Zeeuwse mossel uit bodemcultuur heeft meestal maar een vleeswaarde van 30-35% en doet er twee jaar over om dat te bereiken. Maar ook de smaak en textuur van de Belgische mossel is anders dan van de Zeeuwse. Hierdoor kan hij zich alvast onderscheiden van de andere reeds op de markt aanwezige mosselen.

Blue Growth

Maar mogelijk nog belangrijker in het welslagen van maricultuur is dat ook de industrie mee de schouders wil zetten onder de blauwe groei. Deze “Blue Growth” omvat offshore energiewinning, aquacultuur, mariene biotechnologie, mijnbouw op zee en kustverdediging. Met andere woorden: het duurzaam exploiteren van de oceaan en zeeën. In Vlaanderen zijn baggerfirma’s, windmolenexploitanten, textielfabrikanten, reders en groothandelaars vandaag al betrokken bij de ontwikkeling van aquacultuur in onze Noordzee. Zij stellen niet alleen een deel van de financiële middelen ter beschikking, ze bundelen ook de kennis en ervaring uit hun eigen vakgebied.

Het Belgische deel van de Noordzee

Of al deze inspanningen zullen leiden tot een grootscheepse maricultuur in ons stukje Noordzee, daar is men het nog niet over eens. Er is immers maar beperkte ruimte, die dan ook nog drukbezet is. Als het lukt om héél intensief te produceren op een zeer beperkt oppervlak, dan is massaproductie en concurrentie volgens sommigen realistisch. Anderen argumenteren dat de ruimte niet volstaat en dat we moeten inzetten op technologische expertise en de uitbouw van nichemarkten. ILVO was en is betrokken bij een aantal richtinggevende proefprojecten. Afhankelijk van het uiteindelijke doel van de maricultuur onderscheiden we momenteel vier types: maricultuur in functie van voeding en voeder, maricultuur in functie van kustbescherming, maricultuur in functie van farmaceutische en biotechnologische verwerking, en maricultuur in functie van natuurherstel.

BPNS
Het Belgische deel van de Noordzee met vier locaties waar aquacultuuractiviteiten worden uitgevoerd.

Maricultuur in functie van voeding

In het verleden werden al een paar pogingen gedaan om aquacultuur te beoefenen op open zee, denk maar aan de Flanders Queen Mussel en de Belgica mossel die in 2009-2010 gekweekt werden voor de kust van Nieuwpoort en in beperkte mate bij ons ook op de markt kwamen. Deze projecten stierven een stille dood onder meer omdat de gebruikte mosselkooien niet bestand bleken tegen de weersomstandigheden op de Noordzee. De toen opgedane ervaring en kennis, gebundeld met nieuwe partners en noodzakelijke expertise, resulteerde in 2017 tot de start van nieuwe projecten: één dichtbij de kust van Nieuwpoort (oesters, zeewier en sint-jacobsschelpen – project Value@Sea) en één verder op zee, in de Belgische windmolenparken (mosselen – project Edulis).

Oesters en sint-jacobsvruchten

Het project Value@Sea toonde voor het eerst aan dat de kweek van platte oesters in de Belgische Noordzee biologisch én technisch haalbaar is, en zette de eerste stappen naar zeewierkweek in ons deel van de Noordzee. Oesters werden na twee groeiseizoenen tot commerciële grootte opgekweekt in manden en korven. De kweek van sint-jacobsvruchten bleek (nog) niet haalbaar door het ontbreken van kwalitatief uitgangsmateriaal (jonge schelpjes). Het experiment rond de kweek van zeewier tenslotte, op verticaal opgehangen textielmatten, toonde aan dat de sterkte van de ophanginstallatie en de keuze van het technisch textiel belangrijk zijn.

Kweek van mossels in windmolenparken

Het project Edulis heeft kunnen aantonen dat het zowel biologisch als technisch mogelijk is om mosselen te kweken in de windmolenparken op 30 tot 50 km van de Belgische kust. Dat gebied zou op die manier meer dan één doel tegelijk kunnen dienen. De experimenten leidden tot een smakelijke kwaliteitsmossel die goed gevuld is en voldoet aan alle voedselveiligheidsvoorschriften. De opbrengst is gelijkwaardig aan hangcultuur uit Nederland en Ierland, én de mosselen groeien sneller dan mosselen uit bodemcultuur (marktklare mosselen in 15 in plaats van 24 maanden).

Deze projecten kennen een vervolg, o.a. met SYMAPA. In dit project zullen de mogelijke synergiën tussen maricultuur van mosselen, oesters en zeewieren en passieve visserij (vb. hengelen, fuiken,..) onderzocht worden. De projectpartners richten zich (1) op het optimaliseren van de teelttechnieken voor de kweek van platte oesters, mosselen en zeewier, (2) op het ontwikkelen van kweek- en oogsttechnieken voor de diverse soorten die geschikt zijn voor de (soms ruwe) omstandigheden in de Noordzee, (3) op de ontwikkeling van SMART aquafarming en (4) op co-creatie met de verschillende stakeholders van technieken en producten.

Maricultuur in functie van kustbescherming

Kustverdediging wordt steeds belangrijker, maar veel van de traditionele technieken zijn alles behalve duurzaam. Het ambitieuze project Coastbusters, met ILVO als één van de partners ging daarom op zoek naar systemen voor kustverdediging die geïnspireerd zijn op, en werken mét de natuur. De experimenten binnen dit project waren gericht op de ontwikkeling van pioniersomstandigheden van waaruit natuurlijke riffen konden ontwikkelen. Die riffen vormen dan de basis voor een ecosysteem-gebaseerde kustbescherming.

Specifiek werden drie bio-bouwers ingeschakeld:

  1. Mariene planten zoals zeewier (veldexperiment) en zeegras (labo-opstelling)
  2. Schelpkokerwormen, met onderzoek naar de kweek en het vasthechtingsproces bij jonge stadia
  3. Schelpdieren, met een veelbelovend veldexperiment met mosselen aan de hand van aquacultuurtechnieken

Het project heeft een opvolger, Coastbusters 2.0, dat verder zal bouwen op het veelbelovende concept van mosselbanken.

Mosselrif
© VLIZ Sven Van Haelst

Maricultuur in functie van blauwe biotechnologie

Zeewier, vis, schaal- en schelpdieren zijn als aquacultuurproducten best gekend omwille van hun waarde als voeding. Een heleboel zeedieren zijn echter waardevol om heel andere redenen: sommigen bevatten bijvoorbeeld anti-virale, antibacteriële of anti-carcinogene stoffen, of ze produceren stoffen in hun lichaam of pantser die de basis kunnen vormen voor bioverpakkingen.

Valorisatie van tunicaten

Het O&O Zeebes-project (2017-2019), bijvoorbeeld, verrichte onderzoek naar een pilootproces voor de (re)productie van tunicaten of manteldieren. Dat zijn in aquacultuurinstallaties onwelkome woekeraars. De onderkant van zeewiermatten zijn vaak helemaal begroeid met zakpijpen, die dan in competitie treden met het zeewier. De projectpartners, waaronder ILVO, onderzochten de technologie en analyses voor het bekomen van een economisch haalbaar proces van verwerking en droging van deze organismen voor bulktoepassingen in aquacultuurvoeders. Daarnaast werd ook gekeken naar de aanwezigheid van interessante bioactieve stoffen voor farmaceutische en nutraceutische toepassingen.

Zakpijp
Zakpijpen zijn zakvormige manteldieren en hebben een mantel die voornamelijk bestaat uit cellulose

Reststromen van schaal- en schelpdieren

Ook reststromen van bestaande aquacultuurproducties kunnen bijzonder interessant zijn. Zo gaat Europees project BlueShell op zoek naar bioactieve stoffen in schelpen en schalen van mosselen, krabben en garnalen. Die eindigen doorgaans bij het afval, maar dat is zonde, want deze resten bevatten nog nuttige eiwitten, vetten en anders stoffen. Die kunnen bijvoorbeeld gebruikt worden als additief in de voedingsindustrie of als groeibevorderende stoffen in de fruitteelt.

Chitine garnalen
Schalen van garnalen zijn interessante reststromen voor de blauwe biotechnologie door de grote hoeveelheid aan chitine BIJ TE SNIJDEN - link naar blauwe biotech

> Lees ook wat ILVO doet voor blauwe biotechnologie

Maricultuur in functie van natuurherstel

De kennis over maricultuurtechnieken is de laatste jaren enorm toegenomen en dat biedt perspectieven voor de economie maar ook voor natuurbehoud en –herstel. Binnen Europees project UNITED worden maricultuurtechnieken bijvoorbeeld toegepast om het herstel van de inheemse oester, waarvan natuurlijke banken zijn verdwenen ten gevolge van visserij, te bevorderen en te versnellen. Daarvoor worden onder andere structuren uitgehangen om wild oesterbroed uit de omgeving op te vangen, en wordt het potentieel getest voor een herstelhabitat om natuurlijke platte oesterriffen te vormen.

Ook interessant

Doctoraatsverdediging

Openbare verdediging Maaike Vercauteren

Afgelopen Online
Een platvis (schar) van ongeveer 20 cm met een 1 cm grote huidzweer op een tafel naast een lat.

Titel doctoraat: 'Unravelling the etiology of skin ulcerations in common dab (Limanda limanda) in the Belgian part of the North Sea'

Wettelijke informatie