Onderzoeksproject Microbiële fermentatiestromen als eiwitbron in voedings- en voedertoepassingen van Vlaamse bedrijven
Algemeen kader
Hoe krijgen we microbiële fermentatieproducten als hoogwaardige eiwitbronnen voor voedings- en voedertoepassingen gevaloriseerd, is de grondvraag van het MICROBIAL PROTEIN TRANSITION-project. Door middel van twee kleinschalige showcases is gedurende dit project het potentieel aangetoond van single cell protein zowel in menselijke voeding en als- wat de nevenstromen van fermentatieprocessen betereft - in veevoeder. Het project, uitgevoerd door ILVO en BBEU (Bio Base Europe Pilot Plant), heeft bedrijven ondersteund in de agrovoedingssector bij hun eerste innovatiestappen in deze technologie. De aanpak via co-creatie in Living Labs en bijzondere investeringen in pilootapparatuur bij de Food Pilot in Melle en de Bio Base Europe Pilot Plant faciliteerden experimenten op kleine en semi-industriële schaal.
Onderzoeksaanpak
Twee gevestigde proeffabrieken, de Food Pilot in Melle (op ILVO domein) en de Bio Base Europe Pilot Plant (een spinoff van UGent), hebben slim en in onderling overleg geïnvesteerd in de nodige pilootapparatuur. De apparaten laten toe om op kleine en semi-industriële schaal experimenten uit te voeren met het produceren, opzuiveren, karakteriseren en verder verwerken van de nutriëntenstromen via een microbieel fermentatieproces. Tijdens het project zijn er daarna twee showcases uitgevoerd, inclusief een duurzaamheidsanalyse. Eén betrof de evaluatie van het potentieel in voedingsproducten en één ging over mogelijkheden in voederapplicaties. De partners hebben gekozen voor een proces van co-creatie via de bestaande Living Labs binnen ILVO en Flanders' FOOD.
Relevantie/Valorisatie
De maatschappelijke en economische relevantie van dit onderzoek (en investering) is te vinden in de snel evoluerende, globale trend van eiwitdiversificatie via microbiële fermentatie, ook cruciaal in Vlaanderen. Alle betrokken partijen hebben positieve feedback gegeven op de aanpak om via de showcases het hele proces van valorisatie te bestuderen, samen met bedrijven die (elk van) de genoemde reststromen met kennis van zaken (zouden) kunnen valoriseren.