Persbericht Omschakeling van quotabeheer naar inspanningsbeheer in de gemengde bodemvisserij

26/03/2018
Vissersboot bij zonsondergang
Een stap dichter bij de omschakeling van quotabeheer naar inspanningsbeheer in de gemengde bodemvisserij

“Niet alleen de hoeveelheid vis en de intensiteit van de visserij bepalen de vangst: ook het gedrag van individuele vissers en van volledige vloten is bepalend”, zegt ILVO-UGent onderzoeker Klaas Sys. Hij onderzocht de onderliggende dynamiek van wedlopen tussen vissers na opening van gesloten gebieden, van competitie tussen de Nederlandse pulsvissers en de Belgische boomkorvissers in de Noordzee, en van het gedrag van vissers dat gestuurd wordt door persoonlijke stielkennis.

Intensiteit beheren

Die inzichten zijn cruciaal om een omschakeling mogelijk te maken van een quotabeheer naar een inspanningsbeheer in de gemende bodemvisserij. Door de visserij-intensiteit te gaan beheren in plaats van de hoeveelheid vis die mag gevangen worden, zou de hoeveelheid teruggooi bij dit type visserij kunnen worden teruggedrongen.

Van quota naar inspanningsbeheer: info nodig over de relatie tussen beheer, vloten en vangsten

In het beheer van visserijsystemen – via visserijquota- is er de laatste decennia al een grote vooruitgang gemaakt. De toegenomen beschikbaarheid van data, en nieuwe wetenschappelijke inzichten en analysemethodes lieten toe om de relatie tussen visbestanden, de visserijsector en het visserijbeheer beter te begrijpen. En dat werpt vruchten af: een aantal visbestanden, zoals het tong- en pladijsbestand in de Noordzee, worden opnieuw op een duurzame wijze geëxploiteerd. Maar er blijven twee grote pijnpunten betreffende de gemengde bodemvisserij: de teruggooi van ongewenste vis en de verstoring van de zeebodem.

Via de aanlandplicht, die volledig moet ingevoerd zijn voor de Belgische visserij in 2019, hoopt Europa de teruggooiproblematiek te reduceren. Want aanlanden zal geld kosten en zal bij het quotum worden geteld, en dus zullen de vissers vanzelf op zoek moeten gaan naar systemen met minder ongewenste bijvangst, zo is de redenering van de wetgever. Een aantal studies tonen echter aan dat een aanlandplicht negatieve socio-economische gevolgen kan hebben voor heel wat visserijsectoren. Met andere woorden: minder inkomsten en minder jobs. Want wanneer het quotum van een bepaalde soort in een gebied uitgeput is, moet de visserij daar sluiten, zelfs al zijn er nog quota voor andere soorten. Een dergelijk scenario zou kunnen vermeden worden, als de vissers een beheer zouden krijgen dat sterker steunt op de visserij-inspanning per gebied en per periode, in plaats van op de hoeveelheid gevangen vis per soort en per gebied. Door gebruik te maken van de vangst- en locatiegegevens die vissers zelf aanleveren via het elektronisch logboek en GPS kan de visserij-inspanning dan bijgestuurd worden in functie van de vangstsamenstelling en impact op het ecosysteem.

Het idee van inspanningsbeheer ligt reeds jaren als principe op tafel, maar de toepassingen in de praktijk blijven uit. Een belangrijke reden hiervoor is dat het nog onduidelijk is hoe vissers, en bij uitbreiding visserijvloten, hierop zullen reageren. ILVO-UGent onderzoeker Klaas Sys onderzocht daarom uitgebreid het verband tussen de dynamiek van visserijvloten, het gedrag van vissers en de vangsten. Daarvoor baseerde hij zich op logboek- en locatiegegevens van Belgische vissersvaartuigen. Klaas Sys ontrafelde als cases onder meer de wedloop tussen vissers na opening van gesloten gebieden, de competitie tussen de Nederlandse pulsvissers en de Belgische boomkorvissers in de Noordzee, en het gedrag van vissers dat gestuurd wordt door (traditionele) persoonlijke stielkennis. Hij ontdekte dat beslissingen van individuele vissers en interacties tussen volledige vloten een sterke invloed hebben op de vangsten.

Nederlandse pulsvisserijvloot veroorzaakt verschuivingen in de vangsten

Hoe meer vis, hoe groter de vangst, zou je denken. En omgekeerd: hoe minder vis, hoe kleiner de vangst. Maar toch blijkt die relatie niet altijd rechtlijnig te zijn, vooral als er competitie in het spel is. In dat geval blijken de vangsten vaak sneller af te nemen dan de hoeveelheid vis. In de Belgische visserij gebeurde dit bijvoorbeeld nadat de Nederlandse boomkorvloot in 2012 omschakelde naar de pulsvisserij. Dankzij het pulstuig konden ze visgronden gaan bevissen die voorheen enkel door Belgische vissers bevist werden. Via analyse van vangsten en de activiteit van de vaartuigen op weekdagen (Nederlandse vaartuigen vissen niet in het weekend), kon Klaas Sys aantonen dat de vangsten van tong door Belgische vaartuigen opmerkelijk lager waren tijdens weekdagen dan in het weekend. De Nederlandse pulsvisserij veroorzaakte belangrijke verschuivingen in de vangsten als gevolg van gewijzigde interacties tussen de vloten. Belgische tongvissers ondervinden sinds 2012 dus meer competitie in de Noordzee, wat zich kan vertalen in een lagere besomming en een onderbenut quotum.

Tijdelijke sluitingen veroorzaken wedloop tussen vissers

Soms zijn er ook “hotspots” van vis, wat doet dat dan met de vangsten? Om dat te onderzoeken richtte de onderzoeker zich op gegevens over de seizoenale sluiting in de Keltische Zee en over de tongvangsten in dat gebied. Sinds 2005 zijn de belangrijkste visgronden in de Keltisch Zee namelijk gesloten tijdens de maanden februari en maart, met het oog op het herstel van het kabeljauwbestand. Na de heropening van de visserij bleek de vangst van de doelsoort tong in de eerste twee weken van april 1,5 tot 2 keer zo hoog. Dit zorgde voor een jaarlijkse wedloop naar dit gebied, met als gevolg dat het grootste deel van het jaarlijkse tongquotum opgevist werd tijdens de eerste twee weken van april. Tijdens deze periode van intensieve visserij zakte de vangst van tong steeds terug naar een normaal niveau. Vlak voor de heropening van het gebied was er dus een lokale hotspot van tong, maar die verdween heel snel na de opening door een wedloop tussen vaartuigen. Van zodra de vangsten afnamen, verspreidden de vaartuigen zich weer.

Stielkennis en tactische keuzes van vissers mee in het model

Voor een goed visserijbeheer is het essentieel dat de herkomst van de vis zo nauwkeurig mogelijk wordt bepaald. Dat gebeurt momenteel op basis van GPS data van de vaartuigen en op basis van hun logboekgegevens, maar de resultaten daarvan zijn nog vrij grof. Klaas Sys kon de herkomst nauwkeuriger bepalen, door de tactische keuzes van een visser bij zijn zoektocht naar vis te gaan modelleren. Om vis te vinden moeten vissers namelijk voortgaan op hun ervaring en kennis van visgronden - er bestaan geen technische hulpmiddelen om platvis, de doelsoort van de boomkorvisserij, te detecteren. Klaas Sys identificeerde dus de tactische keuzes, en hij linkte dit gedrag aan de aanlandingsgegevens van de vloot. Hij deed dat op basis van data over commerciële vaartuigen. Dankzij deze methode kon hij de relatie tussen de vangsten en de ruimtelijke verspreiding van vaartuigen nauwkeuriger beschrijven.

Kennis over het gedrag van visser en vloten kan ingebouwd worden in het visserijbeheer

Interacties tussen vaartuigen en gedragspatronen van vissers op zee werden buiten beschouwing gelaten bij het ontwerp van traditionele visserijbeheersystemen. Dat komt omdat ze niet gekend waren of omdat niet duidelijk was hoe groot hun effect juist is. “Dat effect kan nochtans bepalend zijn voor de vangsten, vooral als er verschillende factoren tegelijk spelen en als er opgeschaald wordt naar grote gebieden of langere periodes”, zegt Klaas Sys. “Dankzij de toegenomen beschikbaarheid van data van commerciële vaartuigen, en dankzij nieuwe modelleertechnieken kan het gedrag van en interacties tussen vloten nu worden beschreven”. Met die informatie helpt de onderzoeker de obstakels te overwinnen die een omschakeling van een quotabeheer naar een inspanningsbeheer in de weg staan.

Ook interessant