Persbericht In dialoog met Vlaamse veehouders over agro-ecologie: “Het biedt kansen, maar is niet zaligmakend. En de gekende zwart-wit opdeling van boeren past niet bij de realiteit.”

22/04/2021

Zowel biologische als gangbare vleesveehouders passen geregeld agro-ecologische principes toe. Dé stereotiepe agro-ecologische landbouwer bestaat niet. Economische wetmatigheden die agrarische ondernemers zelf in beweging zetten, dwingen hen in de praktijk tot compromissen. Dit blijkt de onderbelichte achillespees voor wie agro-ecologie als model ten volle wil uitrollen. Dat staat in het doctoraat van ILVO/UCLouvain-onderzoeker Louis Tessier. “Agro-ecologie als landbouwsysteem functioneert uiteindelijk in een vrije markt, waarin vraag en aanbod, en dus concurrentie, speelt. Op ecologisch vlak staat het model goed op punt, op economisch en sociaal vlak biedt het onvoldoende antwoorden.”

Tessier ondervroeg een 40-tal zeer verschillend georiënteerde Vlaamse vleesveehouders over de relevantie van agro-ecologie voor hun praktijk. Het onderzoek brengt aan het licht wat de landbouwers precies motiveert of tegenhoudt. Tessier zette ook belangrijke stappen om het concept agro-ecologie ‘meetbaar’ te maken in de praktijk. Het doctoraat levert nieuwe inzichten voor het debat rond voedselsystemen.

Louis Tessier verdedigt donderdag 22 april 2021 om 17:00 zijn doctoraat tijdens een online conferentie. Bijwonen kan via de link onderaan deze webpagina.

Rundvee
Tessier ondervroeg een 40-tal zeer verschillend georiënteerde Vlaamse vleesveehouders over de relevantie van agro-ecologie voor hun praktijk

Agro-ecologie relevant voor Vlaams vleesvee? Jawel.

De vleesveesector in Vlaanderen staat economisch en sociaal onder druk. Eén van de oplossingen die in maatschappelijke debatten naar voren wordt geschoven, is het toepassen van agro-ecologische principes. Maar is dat wel een relevante piste voor deze sector?

Louis Tessier (ILVO/UCLouvain): “Ja en neen. Uit mijn interviews blijkt dat er een grote verscheidenheid aan bedrijfsmodellen bestaat in de vleesveehouderij. Opvallend en tegen de verwachting in blijken ze bijna allemaal al verschillende principes van agro-ecologie toe te passen, in verschillende mate en verschillende vormen. Zowel biologische boeren die aan korte keten doen, als gangbare boeren die via de lange keten verkopen. Agro-ecologische principes die bv. al sterk zijn ingeburgerd, zijn de grasklaverteelt, het hergebruik van stalmest, kennisdeling onder landbouwers, zelfs natuurbegrazing en de particuliere verkoop. In die zin is agro-ecologie al relevant vandaag.

Agro-ecologie relevant voor Vlaams vleesvee? Niet helemaal.

Agro-ecologie als model stoot volgens Tessier op limieten. Met name de schaalbaarheid is nog beperkt. In agro-ecologie vertrekt men van het ideaalbeeld van een zelfvoorzienend familiebedrijf dat aan korte keten doet en daardoor niet afhankelijk is van de grillen van de markt. Kennisdeling en faire samenwerkingen binnen de productieketen zijn andere principes. Tessier: “Of dit de toekomst is voor elke vleesveehouder moet worden betwijfeld. De drie grootste valkuilen zijn de onderlinge concurrentie voor klanten en grond, onenigheid over de verdeling van de baten tussen commerciële partners en de prijzenoorlog met de groothandel.”

Eerst komt het vreten, dan de moraal.

Tessier: “Ook de biologische vleesveehouders die aan korte keten doen die ik sprak, moeten vanwege hun inkomen geregeld compromissen sluiten. Aan het einde van de dag moeten zij ook hun product aan de man brengen. En dan kunnen ze niet eender welk prijs vragen.”

Een vleesveehouder getuigt: “Ook al zijn we een coöperatie, met al die klanten achter ons, en een eigen prijszetting, blijft het landbouw […]. Dus wij vragen nu een euro voor een krop sla, in de winkel is dat een euro zestig, en dan zie ik collega’s die hem afzetten bij een groothandel voor zestig, zeventig of tachtig cent, omdat ze hem kwijt willen. […] We kunnen niet zeggen ‘we gaan twee euro vragen voor onze krop sla’, want dan krijgen we hem niet verkocht. Maar moest ik mijn uren rekenen dan hadden we wel twee euro moeten vragen.”

Agro-ecologie zoals we het vandaag kennen, biedt op het economische en sociale vlak nog onvoldoende antwoorden.

Een andere vleesveehouder getuigt: “Het probleem is dat we rond agro-ecologie en biologische landbouw eigenlijk wel vergevorderd zijn. We hebben de laatste decennia van alles verbeterd. Maar wat betreft het economisch model verandert er niks. Daar zijn we nog altijd bezig met hoe we in de jaren 70 dachten, daar is nauwelijks aan gesleuteld, dat evolueert onvoldoende mee. En ook de agro-ecologische beweging pakt dat niet genoeg mee. Ze spreken wel over een sociale beweging, maar die economische aspecten en businessmodellen bijvoorbeeld daar gebeurt heel weinig mee.”

Tessier ziet nochtans mogelijkheden: “De markteconomie zoals wij die vandaag kennen, is geen natuurlijke wetmatigheid. Het is een sociaal gegeven dat alle ketenpartners samen creëren en in stand houden. Dat impliceert dus ook dat we ons er niet aan ‘moeten’ conformeren. En zelfs binnen de gekende marktdynamieken kan plaatsgemaakt worden voor agro-ecologie, zeker als er samengewerkt wordt.” Een concreet voorbeeld? Als individuele veehouder kan je bv. een duurzaam partnerschap aangaan met je zogenaamde concurrent om samen te werken met een lokale supermarkt, of zelfs met de lokale natuurbeweging.

De obstakels: willen maar niet kunnen, kunnen maar niet willen

Onze marktlogica bepaalt niet alleen in sterke mate de prijs die vleesveehouders voor hun product kunnen verwachten, maar ook hun toegang tot productiemiddelen zoals grond. Starten als vleesveehouder in Vlaanderen, agro-ecologisch of niet, valt daardoor niet binnen ieders mogelijkheden. Anderzijds bepalen ook de eigen doelen en opvattingen van vleesveehouders die wél de middelen hebben, in belangrijke mate de keuzes die zij maken.

Obstakels voor agro-ecologie die uit het onderzoek naar voren komen zijn dan ook gebrek aan grond, techniek, kennis maar ook vooroordelen, het ontbreken van een samenwerkingscultuur of gewoon het hebben van andere prioriteiten.

Een vleesveehouder: “Ge vraagt hier ‘samenwerking met andere boeren’, […] boeren werken niet samen, boeren spannen mekaar uit.”

“Zij [de natuurbeweging] hebben hun standpunt over de landbouw, en wij hebben het onze. Dat gaat nooit ni. ‘k Zeg het: ecologie en economie, dat gaat niet samen!”

Agro-ecologie meetbaar gemaakt voor vleesvee

Het onderzoek van Louis Tessier is ook methodologisch interessant omdat hij belangrijke stappen zet om het concept agro-ecologie ‘meetbaar’ te maken in de praktijk. Hij stelt in zijn doctoraat dat agro-ecologie eerder een gedachtegoed is, dan een set specifieke praktijken of een wettelijk gedefinieerd productiesysteem. In zijn meest geconcentreerde vorm kan je agro-ecologie definiëren als een set principes, die betrekking hebben op zowel ecologische als sociale dimensies van voedselsystemen:

  1. Versterk diergezondheid op een geïntegreerde manier.
  2. Sluit nutriëntencycli.
  3. Onderhoud een hoge diversiteit van soorten en genetische varianten in de tijd en in de ruimte.
  4. Bescherm en gebruik biodiversiteit.
  5. Verminder het gebruik van externe (chemische) inputs.
  6. Verhoog de veerkracht en aanpassingsvermogen van het ecosysteem tegen drukken en schokken uit het milieu.
  7. Streef naar zoveel mogelijk zelfstandigheid ten opzichte van invloedrijke toeleveranciers of afnemers.
  8. Streef naar meer financiële onafhankelijkheid en controle over economische en technische beslissingen.
  9. Wissel kennis uit met verschillende bronnen om problemen en oplossingen te vinden.
  10. Onderhoud het sociaal netwerk op het platteland.
  11. Werk samen met andere producenten en consumenten.
  12. Creëer lokale voedselsystemen van productie en consumptie.
  13. Verdeel de lasten en de lusten van voedselproductie rechtvaardig.

Met deze principes ging hij in gesprek met Vlaamse vleesveehouders, en bracht zo 690 potentiële agro-ecologische praktijken in kaart, van extensieve begrazing tot groepsaankopen. Daaruit werden 36 actiepaden gedefinieerd, elk gelinkt aan een agro-ecologisch principe. Dat maakt agro-ecologie heel wat tastbaarder in de context van de veehouderij.

Agro-ecologie en vleesvee is geen zwart-wit verhaal

Door landbouwers te classificeren op basis van deze verschillende actiepaden, kon Tessier bovendien de typische zwart-wit opdeling van boeren doorprikken: “Een belangrijk inzicht in mijn doctoraat is dat geen van de bedrijven perfect in een groep past. De ideaaltypische classificaties van boeren die vaak gebruikt worden in debatten en theorieën passen niet bij de realiteit, want ertussen zit een brede grijze zone van talloze bedrijven die verschillende elementen van agro-ecologie in hun bedrijfsvoering integreren. Het is zinvoller om over een economisch systeem te spreken waarin elke landbouwer zijn plaats probeert te vinden, met agro-ecologie als het moet of kan. Een dergelijk begrip van de diversiteit in de vleesveehouderij, kan als basis dienen voor een degelijk, geïnformeerd debat over de toekomst van vleesvee in Vlaanderen.”

Vragen?

Contacteer ons

Nele Jacobs

Communicatie ILVO

Fleur Marchand

Wetenschappelijk directeur ILVO

Ook interessant