Onderzoeksproject Eiwit in de Koe OPTImaliseren om de N- en P-excreties naar het milieu op een economische manier aan te pakken

In uitvoering EKOPTI
Een koe met haar snuit in voeder

Contacteer onze expert

Centrale onderzoeksvraag/doel

Het project EKOPTI (acroniem voor Eiwit in de Koe OPTImaliseren) mikt op een hogere efficiëntie van voedereiwit benutting bij rundvee. De onderzoekers focussen op het verbeteren van de eiwitkwaliteit van lokaal geteelde voeders, het ontwikkelen van strategieën om eiwit te besparen via precisievoeding en het optimaliseren van de stikstofefficiëntie door het verbeteren van de penswerking. Parallel daaraan bekijken ze hoe deze maatregelen op een economisch verantwoorde manier kunnen bijdragen aan het beperken van de stikstofexcreties en -emissies naar het milieu.

Onderzoeksaanpak

Het project is inmiddels afgerond. Er zijn in totaal drie omvangrijke ILVO-dierproeven uitgevoerd en zeven specifieke cases op praktijkbedrijven onderzocht. Telkens is het effect van de experimentele maatregel geëvalueerd op het gebied van dierprestaties, productie, eiwitbesparing, stikstofefficiëntie, kostenefficiëntie en milieu- en klimaatimpact. De proeven en praktijkcases werden verdeeld over drie thema's: eiwitbesparing door optimalisatie van de ruwvoederkwaliteit, eiwitbesparing door precisievoeding en eiwitbesparing door efficiëntere koeien. De verworven kennis is verspreid via wetenschappelijke publicaties, vulgariserende publicaties, demo- en studiedagen, discussiegroepen en praktijkfiches, zodat landbouwers en andere betrokkenen de verbeterde praktijken kunnen toepassen.

Relevantie/Valorisatie

Het project heeft interessante inzichten opgeleverd. Gras-klavervelden kwamen naar voren vanwege hun efficiënter gebruik van stikstof en het vermogen om vergelijkbare opbrengsten te behalen met minder kunstmest. Het gebruik van hydrolyseerbare tannines als inkuiladditief voor najaarsgras was niet succesvol, maar benadrukte wel het belang van deze najaarssnede. Het toasten van veldbonen verbeterde de bestendigheid van eiwit en zetmeel, waardoor ze een interessante alternatieve eiwit- en energiebron kunnen zijn voor melkvee. Ureumbehandelde granen als alternatief voeder vereist verder onderzoek voor definitieve conclusies. Bestendige aminozuren hadden geen invloed in de eerste 100 dagen na kalving, tijdens de lactatatie in een praktijkcase met normaal eiwit rantsoen of in een dierproef met laag eiwit rantsoen, wat wijst op voortdurende uitdagingen in precisievoeding. Het gebruik van krachtvoer kon succesvol worden verminderd op praktijkbedrijven. Bovendien toonde een voederadditief met essentiële oliën potentieel om de stikstofefficiëntie te verbeteren voor melkvee bij een laag eiwitrantsoen.

Financiering

VLAIO