Persbericht Klimaatadaptieve landbouwpraktijken dringen zich op om meststoffenverliezen in landbouwbodem terug te dringen

Mais
Klimaatverandering in Vlaanderen zal leiden tot nattere winters, drogere zomers en hogere temperaturen, gekenmerkt door meer extremen.

Klimaatverandering in Vlaanderen zal leiden tot nattere winters, drogere zomers en hogere temperaturen, gekenmerkt door meer extremen. Dat kan op meerdere manieren leiden tot hogere verliezen van meststoffen naar het grond- en oppervlaktewater. Dat blijkt uit een literatuurstudie die onderzoekers van de Bodemkundige Dienst van België (BDB) en van het Instituut voor Landbouw-, Visserij- en Voedingsonderzoek (ILVO) uitvoerden in opdracht van de VLM. De VLM en de onderzoekers roepen landbouwers daarom op om klimaatadaptieve praktijken – een combinatie van maatregelen en innovaties – toe te passen om ervoor te zorgen dat mest niet uitspoelt of vervluchtigt.

Impact van het weer op de gewasontwikkeling

Droogte en hogere temperaturen in de zomer kunnen de gewasontwikkeling remmen. Zeker als de droogte en hitte samenvallen met de bloeifase van de plant. Doordat de gewassen trager groeien zullen ze minder gebruik maken van de meststoffen die in de bodem aanwezig zijn. Daardoor kan op het einde van het teeltseizoen een hoger nitraatresidu achterblijven, met een verhoogde kans op uitspoeling van de meststoffen naar het grond- en oppervlaktewater. Ook nattere winters kunnen leiden tot een hoger risico op meststoffenverliezen.

Welke maatregelen stellen experten voorop?

Een workshop met experten van VLM, BDB, ILVO (Expertisecentrum Landbouw en Klimaat) en de Vlaamse proefstations, met daarna een uitgebreide literatuurstudie, leverde verschillende ideeën op om meststoffenverliezen verder te verminderen bij een veranderend klimaat. Denk aan het verbeteren van de bemestingspraktijken volgens de 4 J’s (juiste dosis, juiste techniek, juiste tijdstip en juiste hoeveelheid), het inzetten op een goede bodemkwaliteit en het sleutelen aan voederrantsoenen.

Met onder andere de volgende principes in het achterhoofd, kunnen verliezen van meststoffen worden ingeperkt:

  • Het toedienen van de totale stikstofbemesting in verschillende giften (bijbemesten of fractioneren) biedt de mogelijkheid om beter te bemesten volgens de gewasontwikkeling en in te spelen op de groei- en weersomstandigheden. De basisbemesting wordt beperkt, om dan net voor de “groeispurt” op maat van het perceel en van het gewas stikstof toe te dienen. Hoeveel stikstof de landbouwer best toedient komt hij te weten met een stikstofbijbemestingsadvies.
  • Irrigatie tijdens droogteperioden kan zorgen voor een betere stikstofbenutting en bijgevolg voor een lager stikstofresidu en dus minder risico op stikstofverliezen. Jammer genoeg beschikken niet alle regio’s in Vlaanderen over voldoende watervoorraden om dat te kunnen toepassen.
  • Door de voorspelde nattere winters zal het belang van vanggewassen toenemen. Hogere temperaturen in het najaar en in de winter kunnen leiden tot een betere ontwikkeling en langere doorgroei van vanggewassen. De daglengte verandert echter niet, waardoor de tijdige inzaai van vanggewassen essentieel blijft. Om vroege mineralisatie van afgestorven vanggewassen op te vangen, kan een combinatie van vorst- en niet-vorstgevoelige gewassen gebruikt worden. Vanggewassen dragen ook bij aan klimaatmitigatie door het reduceren van N2O-emissies (lachgas) en door bij te dragen aan koolstofopslag in de bodem.
  • Aanpassingen aan bestaande stallen en mestopslagen of nieuwe emissiearme installaties zullen de emissies van ammoniak, lachgas en methaan reduceren en hebben dus ook een potentieel in klimaatmitigatie. Bestaande technieken kunnen nog breder toegepast worden om de gevolgen van hogere temperaturen en van piekregens en nattere winters op te vangen, zoals het verkleinen en het verkorten van het contact tussen de lucht en de mest, het wassen van de stallucht, afgesloten externe mestopslagen en lekdetectie.
  • Voldoende mestopslagcapaciteit (grotere silo’s) is belangrijk, zodat de mest uitgereden kan worden wanneer het juiste moment er is, in plaats van wanneer de mestsilo vol is.
  • De onderzoekers van de Bodemkundige Dienst van België en het ILVO stelden specifiek voor aardappelen en maïs een code van goede bemestingspraktijken op.

Innovatieve oplossingen bieden perspectief

Uit de literatuurstudie kwamen onder meer de volgende beloftevolle oplossingen naar voren:

  • Vlinderbloemige gewassen hebben dankzij hun stikstoffixatie grote potentie om stikstofbemesting en ook stikstofverliezen te reduceren. Ze nemen immers stikstof op uit de lucht en hebben daardoor minder stikstofbemesting nodig.
  • Door in te zetten op de bodemkwaliteit, wordt het gewas veerkrachtiger in extreme weersomstandigheden.
  • Precisielandbouwtechnieken kunnen helpen om efficiënter met energie en meststoffen om te gaan.
  • Binnen de veeteelt kunnen stikstofemissies van herkauwers nog sterk gereduceerd worden, door te sleutelen aan rantsoenen (bv. door de eiwitvoorziening in het rantsoen beter te doen aansluiten op de behoefte van het dier).

Een aantal van de beschreven innovaties zijn nog niet meteen rijp voor de praktijk. In die gevallen moet er nog een weg afgelegd worden voor ze breed kunnen worden toegepast. Door echter verder te werken aan het verbeteren van de bodemkwaliteit en het toepassen van de juiste bemestingspraktijken en -technieken, kunnen landbouwers nu al inspelen op het wijzigende klimaat en tegelijk hun meststoffenverliezen doen dalen.

Vragen?

Contacteer ons

Leen Van den Bergh

Woordvoerder VLM

Ook interessant