Persbericht Klimaatbewust Allerheiligen vieren met chrysant geteeld op compost en beheerresten?

29/10/2021
Chrysant

Potchrysanten geteeld op veenarm substraat en bemest op het veld met lokale beheerresten, groeien even goed of zelfs beter dan potchrysanten geteeld op veenrijk substraat en bemest met stalmest. In het Vlaams onderzoeksproject Bi-o-ptimal@work hebben bodemkundigen goed presterende, milieu-verbeterende teelttechnieken uitgewerkt. In de sierteelt is het duurzaam in balans houden van de bodemchemie erg uitdagend, omdat je zowel in de potfase als in de langere (meerjarige) vollegrondsfases de juiste materialen- en bemestingskeuzes moet maken, goed voor de teelt en goed voor bodem en omgeving.

Ambitie op het veld: fosfor omlaag en koolstof omhoog

Hoe zorg je bij meerjarige gewassen, waar je moeilijk tussentijds stalmest kan inwerken, voor koolstofopbouw en nét genoeg stikstof, zonder ongewenste fosforopbouw? Fien Amery (ILVO): “Nutriëntarme beheerresten aanbrengen werkte verrassend goed in onze experimenten. Per eenheid fosfor bevatten zij tot 10 keer meer koolstof dan stalmest.”

Karen Vancampenhout (KU Leuven), coördinator van het VLAIO project Bi-o-ptimal@work, een project met PCS, ILVO en KU Leuven: “In Vlaanderen zitten we inderdaad op veel percelen met al vrij hoge fosforgehaltes als beginsituatie, en dan is het zaak om nitraatuitspoeling te vermijden, én toch de planten gezond en wel te laten ontwikkelen. Onze bevindingen bieden daarom perspectieven voor meerdere sierteelten. Een win voor klimaat, water en bodem!”

Dilemma rond stalmest

Siertelers gebruiken vandaag vooral stalmest – soms compost – als startbemesting bij de aanplant van meerjarige teelten. Afhankelijk van het gewas kan er maar om de 2-3 jaar (bosgoed) of zelfs om de 4-5 jaar (laanbomen) een organische bemesting uitgevoerd worden. De mestwetgeving maakt het voor siertelers echter steeds moeilijker om grote hoeveelheden stalmest in een keer toe te passen. Bovendien bevatten de meeste Vlaamse landbouwbodems (75%) teveel fosfor, wat risico’s inhoudt op uitspoeling maar slechts traag te corrigeren valt. Zelfs bij nulbemesting kan het 11 tot 20 jaar duren voor het fosforgehalte in de bodem terug in de gewenste streefzone zit.

Nulbemesting is voor land- en tuinbouwgewassen vaak geen optie, en is bovendien niet interessant met het oog op koolstofopbouw. Meer organische koolstof in de bodem betekent minder CO2 in de lucht en een betere waterhuishouding – beide belangrijke troeven in tijden van klimaatverandering. Om de klimaat- en milieu-impact van hun teelten te verbeteren, zijn siertelers dus op zoek naar bodemverbeteraars met een hoge verhouding koolstof ten opzichte van fosfor. Ook economisch is dat zinvol, want met een sterker duurzaamheidsverhaal kunnen telers zich internationaal differentiëren en nieuwe exportmarkten en afzetkanalen aanboren.

Ambitie in pot: minder veen in substraat

Bij sierteelt op substraat is er nood aan duurzame alternatieven voor veen. Veen is omwille van de interessante technische eigenschappen nog steeds de gouden standaard in potgrond. Veen is echter traag-hernieuwbaar, de ontginning in de Baltische staten zet lokale ecosystemen onder druk en transport naar Vlaanderen gaat gepaard met koolstofuitstoot. Elk percentage minder veen in substraten is bijgevolg een win voor het klimaat.

Siertelers zijn dus op zoek naar organisch materiaal dat minstens een deel van het veen in de potten kan vervangen. Dit materiaal moet wel dezelfde fysische voordelen bieden als veen: het moet luchtig en waterdoorlatend zijn.

Met welke materialen?

Op basis van verschillende analyses waarbij ook (on)gewenste eigenschappen zoals zoutgehalte, pH en stikstofimmobiliserend vermogen in kaart werden gebracht, selecteerden de partners van Bi-o-ptimal@work deze beloftevolle, lokale materialen via een score-systeem dat tijdens het project werd ontwikkeld:

  • Heidechopper is vegetatie van de heide samen met een deel van de bovenste humuslaag. Het is rijk aan organische stof en arm aan nutriënten. De vegetatie wordt gehakseld bij het beheer.
  • Pitrus is een alomtegenwoordig kruid dat groeit in natte gebieden en vrijkomt bij het maaien. Het is rijk aan organische stof en arm aan nutriënten. De vegetatie wordt gehakseld.
  • Compost is rijk aan koolstof maar ook rijk aan nutriënten. De fosfor in compost is echter minder gevoelig voor uitspoeling dan de fosfor in stalmest.

Veldproeven: beheerresten zijn interessante fosforarme koolstofbron

De uitgevoerde veldproeven met veldesdoorn en chrysanten bevestigen het potentieel van pitrus en heidechopper als fosforarme maar koolstofrijke bodemverbeteraars. De betrokken siertelers hebben voor enerzijds veldesdoorn en anderzijds chrysanten dezelfde opbrengsten behaald.

Fien Amery (ILVO): “Beheerresten brengen nagenoeg geen extra fosfor aan. Tegelijk bevatten in vergelijking met stalmest en per eenheid fosfor veel meer koolstof, wel tot 10 keer zoveel! Dat is interessant voor meerjarige teelten en vooral op Vlaamse bodems die al hoge fosforgehaltes bevatten. Siertelers hebben met beheerresten dus minder risico op fosfaat- en ook nitraatuitspoeling, maar verrijken hiermee wel hun bodem met bodemorganische koolstof, waardoor die beter in staat is om water te capteren en weer vrij te geven aan planten in tijden van droogte.”

Potproeven: minder onkruidbeheersing en minder kunstmest nodig door gebruik compost en beheerresten

In potproeven bij PCS met veldesdoorn, chrysant, Ellwoodii (een dwergcipres) en azalea werd 60% van het veen succesvol vervangen door compost, heidechopper of pitrus. Dit leverde voor alle gewassen een even hoge of zelfs hogere opbrengst op. Omdat compost meer nutriënten bevat dan veen moest daarenboven minder kunstmest gegeven worden. Er was ook minder onkruiddruk, wat in de praktijk minder arbeid en kosten impliceert.

Ilse Delcour (PCS): “Ondanks het hogere zoutgehalte en het lagere waterdoorlatend vermogen van compost ten opzichte van veen, konden we meer dan de helft van het veen succesvol vervangen. Dat betekent grote stappen vooruit in de klimaat- en milieu-impact van substraatteelt.”

Morgen inzetbaar?

Er zijn zeker nog uitdagingen voor compost en beheerresten op brede schaal gebruikt kunnen worden in de sierteelt. Vandaag zijn deze materialen bv. niet voldoende én overal én altijd beschikbaar. Bovendien zijn er wetgevende obstakels: biomassa-reststromen zoals beheerresten rechtstreeks toepassen op het veld is juridisch gezien nog een grijze zone. De partners hopen dat de inzichten uit Bi-o-ptimal@work hier verandering in kunnen teweegbrengen.

KU Leuven
PCS

Vragen?

Contacteer ons

Nele Jacobs

Communicatie ILVO

Fien Amery

Onderzoekster ILVO

Ook interessant