Onderzoeksproject Optimalisatie koolstof kengetallen in het kader van LULUCF
Algemeen kader
De LULUCF-rapportering (Land Use, Land Use Change and Forestry) in Vlaanderen kan flink geoptimaliseerd worden wanneer men een bredere en nauwkeurigere inschatting maakt van de koolstofvoorraden. Dat blijkt uit het studiewerk van het onderzoeksproject CARBON FACTORS. Momenteel wordt enkel levende biomassa in bossen meegerekend, terwijl ook akkerland, grasland, wetlands en ruimtebeslag relevante koolstofvoorraden bevatten. Tools zoals CARAT en GRASSAT maken het mogelijk om koolstofvastlegging in houtige elementen en graslanden beter te modelleren, maar data voor wetlands en natuurgraslanden blijven beperkt. Organische bodems, met name onder bos en in wetlands, bevatten aanzienlijk meer koolstof dan minerale bodems, maar worden onvoldoende in rekening gebracht. Voor verhard ruimtebeslag is er weinig informatie, hoewel internationale studies aantonen dat ook hier koolstofopslag voorkomt. Landen zoals Nederland en Duitsland hanteren pragmatische aannames over koolstofverliezen bij verharding, een aanpak die ook voor Vlaanderen haalbaar lijkt. Het projectrapport besluit dat een combinatie van betere data, aangepaste modellen en stapsgewijze implementatie nodig is om tot een robuustere en completere LULUCF-rapportering te komen.
Onderzoeksaanpak
De onderzoekers zijn voor ieder type landgebruik (i.e., akkerland, grasland, ruimtebeslag en wetlands) op zoek gegaan naar (i) bestaande datasets en allometrische modellen om de aanwezige koolstofstocks in de levende biomassa te kunnen inschatten, en (ii) verschillende, bestaande kaartlagen en andere geografische expliciete data om de oppervlakte aan levende biomassa te begroten. Daarnaast werden oplossingen gezocht voor de belemmeringen om veenbodems mee op te nemen in de rapportering, zoals de geringe beschikbaarheid van kwaliteitsvolle metingen, de exacte ligging en oppervlakte van veenbodems in Vlaanderen en de uiteenlopende definities voor veenbodems die gehanteerd worden bij kartering en staalname. Tot slot zijn de beschikbare (Vlaamse) data geïnventariseerd om de koolstofopslag onder verhard ruimtebeslag in te schatten.
Relevantie/Valorisatie
Één van de ambities van de Europese LULUCF-verordening is om te evolueren naar een steeds hoger detailniveau van de inschatting van de LULUCF-broeikasemissies. Samen met activiteitendata (landgebruik) zijn koolstof kengetallen de basis voor de LULUCF emissie-inventaris. Voor dit laatste wordt er gebruik gemaakt van een combinatie van data uit monitoringcampagnes (Bosinventaris, Bodemkoolstofmonitoringnetwerk) (~Tier 2/3), literatuur (~Tier 2) en IPCC-richtlijnen (Tier 1). In deze opdracht werden koolstof kengetallen onderzocht die momenteel ontbreken in de LULUCF rapportering om minstens naar Tier 2 te evolueren. De focus lag op levende biomassa, veenbodems en koolstofopslag in verhard ruimtebeslag. De resultaten werden neergeschreven in een rapport.