Onderzoeksproject Ondersteuning voor visserijmaatregelen in het Belgisch deel van de Noordzee
Algemeen kader
Welke commerciële visserijactiviteiten vinden er plaats in de gebieden die België als onderwater-habitat wil beschermen, en bij uitbreiding in het volledige Belgisch deel van de Noordzee (BPNS)? Dit onderzoek kadert binnen de Europese Habitatrichtlijn en de Kaderrichtlijn Mariene Strategie (EU-KRMS), gekoppeld aan potentiële bodembeschermingsmaatregelen. In een vorig project gaven ILVO en KBIN reeds uitgebreid wetenschappelijk onderbouwd advies aan FOD Leefmilieu – Dienst Marien Milieu voor het concreet afbakenen van drie te beschermen zones in het N2000 gebied Vlaamse Banken, waar normaal alle bodem-beroerende activiteiten – en dus vnl. sleepnet-visserij - verboden worden. Het vervolgproject VISNAT3 focust ditmaal op de socio-economische context van de visserij in deze zones in verhouding tot de rest van de Belgische wateren over de periode 2007-2022.
Onderzoeksaanpak
De commerciële visserijactiviteiten werden ruimtelijk en temporeel in kaart gebracht, zowel qua inspanning (aantal visuren), relatief beviste oppervlakte (SAR) en opbrengst (in kilo en euro), als het gebruikte vistuig. Samengevat kent het BPNS een intensieve visserijactiviteit, waarbij Nederland de belangrijkste speler is met gemiddeld 66% van de inspanning en 80% van de aanvoer in gewicht en geldwaarde. Belgische schepen presteerden 31% van de visuren en ˜17% van de aanlandingen, terwijl Frankrijk op de derde plaats kwam met slechts 1% van de totale inspanning en aanvoer. De meest gebruikte vistuigen in het BPNS waren pulskor, boomkor, garnalenkor, zegennet en bordennet als mobiele vistuigen, naast een beperkt aandeel passief vistuig. Over het algemeen werden dalende trends in de aanlandingen in de BPNS waargenomen, wat vergelijkbaar is met de dalende trends in Nederlandse wateren. Dit weerspiegelt vooral de opeenvolgende veranderingen die in de Nederlandse vloot plaatsvonden, waaronder een verbod op de pulskorvisserij en een grootscheeps programma waarbij nogal wat Nederlandse vaartuigen buiten bedrijf werden gesteld de voorbije jaren.
Relevantie/Valorisatie
De relevantie van deze karteringsoefening is groot: de voorgestelde beheerszones vertegenwoordigen samen ongeveer 10% van het BPNS-gebied. Als we onze resultaten opschalen, dan was gemiddeld 8% van de totale inspanning en 13% van de totale waarde van de aanlandingen in het BPNS afkomstig uit deze drie beheersgebieden. Deze socio-economische studie vormt een belangrijk onderdeel (a delegate act) bij de aanvraag tot bodembeschermings-maatregelen naar de EU-commissie. De voorgestelde beschermingsmaatregelen zijn nu opgenomen in het voorstel van het marien ruimtelijk plan 2026-2034, maar evengoed nog in onderhandeling met de betrokken lidstaten (Europese procedures, EU Verordening nr. 1380/2013) inzake het gemeenschappelijk visserijbeleid. ILVO levert daarbij de nodige wetenschappelijke ondersteuning aan de dienst Marien Milieu tijdens die onderhandelingsprocedures.