Persbericht Klaar voor grootscheepse jaarlijkse tel- en meetcampagne van visbestanden
ILVO verkiest vissersschip boven onderzoeksschip
ILVO kiest voortaan niet meer voor het onderzoeksschip Belgica om de grootscheepse dataverzameling rond de in zee aanwezige vispopulaties uit te voeren. Er zijn veel argumenten om de kennis en ervaring van de beroepsvisserij in te sluiten.
De tel- en meetcampagne in heel de zuidelijke Noordzee – telkens in augustus – gebeurt dit jaar voor de 34ste keer. Vanaf 18 augustus in de vroege ochtend gaan 5 ILVO-onderzoekers gedurende 10 opeenvolgende zeedagen de nieuwe basiscijfers verzamelen die de wetenschappelijke fundering vormen voor de visserijquota.
Bijzonder deze keer is dat er twee innovatieve autonome meettools in de test- of opschalingsfase dubbel lopen met het klassiek uitgevoerde monitoringswerk op zee. Die tools kunnen de schatting van de visaanwezigheid op termijn laten steunen op additionele, automatisch gesamplede data.

Vlaams minister van Zeevisserij Hilde Crevits: “Vandaag worden de visquota tussen de verschillende Europese landen nog steeds onderhandeld op basis van klassieke soorttellingen en metingen bij fysieke vangsten. Het doel van de quota is om de visbestanden gezond te houden, maar vandaag zijn er bijvoorbeeld quota die om de 2 jaar uit voorzorg dalen omdat er te weinig gegevens zijn. Dankzij de innovatieve tools van het ILVO en de unieke samenwerking tussen onze vissers en wetenschappers kunnen we sneller meer accurate data aanleveren. Ik vraag al langer om in heel Europa met deze methode te werken. Het is zowel van belang voor de visserijsector als voor het beschermen van het ecosysteem dat de adviezen juist en stabiel zijn.”

Op maandag 17 augustus 2026 om 10.00u tonen de 5 betrokken ILVO-onderzoekers aan boord van het afgehuurde vissersvaartuig O.231 Den Hoope (reder-schipper Johan Hennaert) hoe en waarom ze opnieuw naar 62 vast-bepaalde locaties in de zuidelijke Noordzee varen om systematisch bodemvisserijmonsters te nemen. Ook de nieuwe meetapparatuur die zijn praktijkdoop krijgt - een opstelling voor AI-getrainde vissoort-identificatie en watermonsterbolletjes voor eDNA verzameling - wordt gedemonstreerd.
62 vaste coördinaatpunten om de zuidelijke Noordzee te coveren
Om de jaarlijkse actuele inschatting te maken van de vis- en mariene populaties en om een betrouwbare vergelijking te maken met de vorige jaren, bestaat er een robuust internationaal monitoringsplan. Sinds 1992 heeft ILVO de opdracht om elk jaar in augustus naar precies dezelfde 62 locaties te varen in de zuidelijke Noordzee, om de samples te nemen. Het gebied dat ILVO bemonstert is 53 000 km² groot, bijna 17 keer de provincie West-Vlaanderen. De afstanden tussen de vaste meetpunten zijn ongelijk, maar wel strategisch gekozen. De locaties liggen in het habitat of in de kraamkamers van de doelsoorten. De monding van de Engelse rivier Theems is bijvoorbeeld een kraamgebied voor tong.

Elke locatie wordt met een kleine boomkor van 4 meter breed in één trek bevist gedurende 30 minuten, aan een snelheid van 4 knopen/u tegen de stroming. Het net is fijnmazig (40 mm maaswijdte) om alle bodemdieren mee te hebben in de analyse. Per dag kan het team ongeveer 7 stations onderzoeken. Er wordt 24/24 gevaren, maar ’s nachts wordt er niet gesleept, omdat het gedrag van de vissen dan verschilt tegenover de uren voor zonsondergang.
Laura Lemey (ILVO Onderzoeker): “Onze ruwe vangst is uiterst divers: commerciële en niet-commerciële vissoorten van alle mogelijke leeftijden, krabben, schelpen, zeesterren en-egels, kwallen en zelfs afval. Tijdens de campagne van vorig jaar 2025 telden we bijvoorbeeld in totaal 1,23 miljoen mariene organismen. We maten bijna 25.000 vissen en categoriseerden ze in 164 soorten. We bepaalden de leeftijd van ruim 3000 vissen.”

Wetenschapsgebaseerd EU-visserijbeleid
De jaarlijkse basiscijfers van meerdere Europese instituten, die elk een deel van het werk uitvoeren, worden bijeengebracht bij ICES (International Council for the Exploration of the Sea- Internationale Raad voor het Onderzoek van de Zee), een publieke intergouvernementele instelling. Daar worden de cijferreeksen geïntegreerd, geïnterpreteerd en vertaald in basisadviezen per doelsoort (commerciële vangstsoort) en per zeegebied. Het zijn de EU-visserijministers , aangevuld met die van Noorwegen en van het Verenigd Koninkrijk, die de definitieve visserijquota per land en per vissoort beslissen, met het doel om de populaties op de lange termijn op een duurzaam niveau te houden. De landelijke visserijsectoren verdelen het jaarquotum vervolgens onder de beroepsvissers. Quotumhoeveelheden kunnen desgewenst geruild of verhandeld worden.
Focus op bodemvissen en op jonge exemplaren
Alle visgebieden van de Europese vissers zijn onderworpen aan dit wetenschappelijk inschattingswerk van de visbestanden. Naast ILVO zijn ook 8 andere mariene onderzoeksinstituten actief in het monitoringsysteem.
ILVO heeft de taak om in de zuidelijke Noordzee de evolutie van het volledige bodemleven in kaart te brengen. Dat houdt onder meer in dat de platvissoorten schol, tongschar, schar, tarbot, griet en vooral tong moeten worden bestudeerd. Aangezien de bemonstering door ILVO o.a. in het Theems estuarium doorgaat (een kraamkamer voor tong) wegen de ILVO-cijfers zwaar door voor de finale inschatting van het tongbestand. Tong is één van de belangrijkste doelsoorten voor de Belgische vissersvloot.
Alle onderzoeksinstituten moeten zich ook inspannen om de jongste leeftijdscategorieën van de commerciële vissoorten te documenteren, vanuit de vaststelling dat populaties slechts ‘gezond’ blijven als ze voldoende kunnen aangroeien. De Europese visserijministers houden niet alleen rekening met de grootte van de populaties, maar ook met de aanwezigheid van leeftijdsgroepen die zich kunnen blijven voortplanten. In de hele leeftijdspiramide per vissoort moeten m.a.w. genoeg volwassen (mature) vissen zitten. Tong en schol zijn geslachtsrijp vanaf 2-3 jaar en ze planten zich één keer per jaar voort.

Oorsteentje (otoliet) van de platvis verraadt de leeftijd
Tijdens de campagne worden bij sommige vissoorten de ‘oorsteentjes’ achter de kieuwen uitgesneden en gelabeld. In het labo wordt zo’n oorsteentje doorgezaagd om de jaarringen zichtbaar te krijgen en de leeftijd van de vis af te lezen, precies zoals bij een boomstam. Dankzij de leeftijdsbepalingen kunnen de onderzoekers een leeftijdspiramide per soort en gebied opstellen, gaande van nul tot ’10 of meer’ jaar.

Benthos populaties ook geteld en beschreven
Ook het andere bodemleven – het benthos – wordt gedetailleerd in kaart gebracht tijdens de jaarlijkse tel- en meetcampagne. Zelfs het afval wordt beschreven en gewogen.
Lies Vansteenbrugge (onderzoeker ILVO): “Zeesterren, krabben, schelpen etc. worden eveneens gedocumenteerd en vertellen ons iets over het ecosysteem waarin de commerciële vissoorten leven, met name over voedselbeschikbaarheid, verstoring, opwarming van het zeewater enzoverder. Een voorbeeld van dit laatste zijn de grote hoeveelheid zeekat die de laatste jaren in onze netten zitten, en in die van de vissers.“

Gebruik van (semi-)autonome meettools, 2 in test of opschaling
De onderzoekers testen aan boord ook nieuwe snellere en meer autonome technieken voor vismonitoring.
Soortidentificatie via artificiële intelligente beeldverwerking (& automatische noteerapp)
Een camera met een artificiële intelligentie gestuurde tool identificeert, telt en meet realtime de vissen die passeren voor de lens. Tijdens de monitoringscampagne is de opstelling boven de sorteerband geplaatst. Het systeem is in ontwikkeling en kan al 22 verschillende soorten vis correct identificeren en uitmeten. Het is bedoeld als extra databron naast de manuele telling door mensen aan boord.


E-DNA meta-probes
Drie watervangende plastic bolletjes, ook wel meta-probes genoemd, worden per meetstation binnen in het sleepnet vastgehaakt. In elk bolletje zit een steriel gaas dat het (lokale) zeewater absorbeert. Uit de verzamelde gaasjes wordt later in het lab het eDNA (environmental DNA) gefilterd. De oorsprong van de DNA is dat levende organismen zoals vissen tijdens het zwemmen voortdurend stukjes schub, cellen en slijm verliezen.DNA uit de gaasjes kan via een gloednieuwe DNA bibliotheek van alle species in de Noordzee geïdentificeerd worden. Zelfs de densiteit van de soortaanwezigheid wordt via de gaasjes in de metaprobes mogelijk. Verwacht wordt dat de eDNA- metaprobes op termijn van veel meer plaatsen en tijdstippen kunnen weergeven welke vissoorten er in welke hoeveelheden rondzwommen, zonder dat de vissen steekproefsgewijs moeten worden gevangen en geteld. ILVO werkte mee aan de internationale Noordzee DNA-bibliotheek en is een voortrekker in de systeem voor de eDNA collectie op zee.


Semi-autonome elektronische magnetische meetplank
De meetplank is exclusief door het ILVO marien team ontworpen en iteratief geoptimaliseerd. De laatste geüpdatete versie die in deze campagne wordt gebruikt is in staat om de magnetisch gestuurde lengtemeting van een aangeboden vis zelf te registreren, nadat de vissoort is ingetikt. Wanneer de hele batch van een gesorteerde soort wordt gewogen zitten er controleloops en alarmen op een eventueel ‘onmogelijk’ totaalgewicht. De plank helpt tevens bij de steekproef van de vissen bij wie het otoliet moet worden gecollecteerd.


Keuze om structureel samen te werken met een visserijvaartuig
Omdat het federaal onderzoeksschip BELGICA lange tijd aan de ketting lag en tijdelijk geen reizen met onderzoekers kon doen, experimenteerde ILVO noodgedwongen met samenwerking met een visserschip (het eerste jaar met de Z.483 – Jasmine). Dat werd door beide partijen, wetenschappers en bemanning positief geëvalueerd. Inmiddels is er via marktverkenning een driejarig contract met de O.231 Den Hoope. De 6-koppige bemanning van het schip helpt de wetenschappers om te vissen, te sorteren en te registreren.
Laura Lemey (onderzoeker ILVO): “We kunnen echt steunen op hun ervaring met de boomkor, en vooral ook op hun stielkennis over de visserij en over de mariene omgeving. Het wederzijds engagement van onderzoek en visserijsector, om de data kwalitatief te collecteren en om met de nieuwe technieken te werken testen, is erg aanwezig en waardevol.”
Falke De Sager (redersorganisatie BFPO – Belgian Fisheries Producer Organisation): “De visser en de wetenschapper hand in hand: dat is de weg vooruit. Deze samenwerking draagt bij aan de vraag van de sector om beter gebruik te maken van de kennis van de visser zelf en om recente gegevens te gebruiken. Het is onze ambitie om met deze samenwerking de Europese pilootvloot te worden op het vlak van live datavoorziening.”
Op de Belgica en ook op het onderzoeksschip Simon Stevin van DAB Vloot/VLIZ doet ILVO wel nog een beroep voor andere onderzoeksdoeleinden.

34 jaar evoluties, maar ook toenemende onvoorspelbaarheid
De ILVO onderzoekers van de bestandsopnames van commerciële vispopulaties in de Noordzee hebben in 34 jaar monitoring zeker dingen zien evolueren. Daarover bestaan uitvoerige rapporten. (https://doi.org/10.17895/ices.pub.32676345)
Lies Vansteenbrugge (ILVO onderzoeker): “Vooral de jongste jaren zijn er factoren zoals de toename aan windmolenparken op zee, en vooral de klimaatwijziging, die de voorspellingskracht van onze cijfers lijken te verlagen. Vissers melden ons meer dan vroeger dat ze op bepaalde plekken toch meer of juist minder vis vinden, dan er uit de populatie-inschattingen naar voorkomt. Daarom kijken we ook uit naar de invoering van de nu geteste tools, die op termijn misschien door een paar vaartuigen jaarrond kunnen data opleveren en ons toelaten korter op de bal te spelen.”
Demo's: