Projectnieuws Emissie onderzoek varkenshouderij

21/10/2025

Emissieonderzoek vormt een belangrijke pijler binnen de duurzame optimalisatie van de varkenshouderij. Dit onderzoek wordt getypeerd door grote technische uitdagingen én hoogdringendheid voor de sector omwille van het stikstofdecreet. Varkenshouderijen moeten namelijk 60% ammoniakreductie realiseren op de emissies van niet-ammoniakemissiearme stallen op het bedrijf ten opzichte van de gemiddelde veebezetting in 2021. Tegen 31 december 2030 moeten tevens in alle stallen ammoniakemissiearme stalsystemen zijn geïnstalleerd.

Dringende nood aan toepasbare en haalbare ammoniakemissiearme maatregelen

Er is dus dringend nood aan toepasbare ammoniakemissiearme maatregelen die varkenshouders kunnen implementeren op hun bedrijf. De specifieke inrichting van de Varkenscampus met identieke vleesvarkensafdelingen - uitgerust met emissie- en andere meetapparatuur (T, RV, fijnstof) - maakt deze proefstal tot een grote troef voor het emissieonderzoek. Hier kunnen proeven uitgevoerd worden waarbij de emissies van ammoniak en broeikasgassen (zoals methaan) continu gemonitord worden met een nauwkeurig meettoestel voor gasconcentraties (FTIR) en meetwaaiers voor het ventilatiedebiet. Bovendien zijn de mestkelders van de 16 afdelingen (die elk 40 vleesvarkens huisvesten) van elkaar gescheiden. De Varkenscampus wordt dan ook druk bevraagd door de emissie-onderzoekers. Zo werd in september 2025 een proef afgerond waarbij twee voederbehandelingen - voeder met een verlaagd elektrolytengehalte en zeolieten - getest werden. In november gaat een nieuwe proef van start, waarbij de invloed van de bezettingsdichtheid (0,8 - 1,0 of 1,25 m2/dier) van vleesvarkens (9 weken tot slacht) op ammoniakemissies zal onderzocht worden.

15 jaar ILVO-emissieonderzoek

Al bijna 15 jaar voert ILVO tal van emissie gerelateerde studies uit binnen projectwerking of op vraag van opdrachtgevers zoals het Beleidsdomein Omgeving en Boerenbond. Binnen de varkenshouderij focust het emissieonderzoek op ILVO zich eerst en vooral rond de zoektocht naar effectieve en haalbare maatregelen voor ammoniakemissiereductie. Knelpunten die hierbij vaak naar boven komen zijn o.a. het vinden van maatregelen die zowel haalbaar en betaalbaar zijn als voldoende emissies reduceren, trade-offs met broeikasgasemissies of dierenwelzijn en te sterk wisselende resultaten in de literatuur en/of in eigen proeven over diverse rondes. Bovendien zijn de meestal bescheiden reductiepercentages van maatregelen in veel gevallen moeilijk aan te tonen omdat zowel vaste als willekeurige variaties tussen afdelingen en groepen varkens ervoor zorgen dat de emissies altijd een beetje van elkaar zullen verschillen, ongeacht de maatregelen of behandelingen die worden toegepast/getest. Zo kan een maatregel de ene keer een voorzichtig positief effect op emissiereductie hebben en bij een herhaling van de proef is er helemaal niets of juist een negatief effect te zien. Dit was bijvoorbeeld het geval bij recent uitgevoerde voederproeven. Om voor maatregelen met een bescheiden emissiereducerend effect een reductie te kunnen bewijzen moeten meerdere herhalingen van de proefrondes uitgevoerd worden en moet de maatregelen in verschillende seizoenen worden geëvalueerd. In het ideale geval kan je een bepaalde behandeling of techniek gemakkelijk aan- en uitzetten en verschillende herhalingen in de tijd voorzien. Bij veel maatregelen is dit echter niet mogelijk, omdat de emissiereducerende techniek blijvende effecten heeft. Denk hierbij bijvoorbeeld aan het toevoegen van additieven aan de mestput: als je stopt met het product toe te dienen, is er mogelijks nog steeds een effect in de put. Ook voedermaatregelen vallen meestal in deze categorie. Grotere effecten, met name de reducerende maatregelen die betrekkelijk meer reduceren dan de natuurlijke variatie tussen de afdelingen, kunnen wel eenvoudiger aangetoond worden. Dit was bijvoorbeeld het geval bij een proef rond ‘dagontmesting’ (= dagelijkse verwijdering van de mest uit de mestkelder), waarbij aangetoond werd dat het dagelijks laten leeglopen van de mestput significante reducties in methaanemissies kan opleveren.

Meetcampagnes op praktijkstallen

Daarnaast voerde ILVO de voorbije jaren in opdracht van het Beleidsdomein Omgeving emissiemetingen uit om de werking van erkende end-of-pipe maatregelen zoals luchtwassers en biobedden op praktijkbedrijven te evalueren.

Daarnaast zet ILVO ook ten volle in op innovatieve meetmethoden. Zo wordt momenteel een studie in opdracht van het Beleidsdomein Omgeving afgerond waarin onderzocht werd of het mogelijk is om de ammoniakemissies uit een varkensstal continu te monitoren met betaalbare sensoren. Een dergelijk systeem zou de landbouwer in staat stellen om zelf de emissies uit zijn stal(len) continu op te volgen.

Emissiemeetmethode voor natuurlijk geventileerde stallen

De biologische wetgeving en bedrijfsvoering maakt dat toepassing van AEA of PAS maatregelen in de meeste gevallen niet mogelijk is. Bovendien maakt de hoge (traditionele) emissiefactor die momenteel aan biologische varkens wordt toegewezen het op dit moment voor de meeste bedrijven vrijwel onmogelijk om de omschakeling te maken van gangbare naar biologische bedrijfsvoering. Hetzelfde geldt voor andere niet-gangbare bedrijfstypes die welzijnsgerichte maatregelen (zoals toegang tot een buitenloop) toepassen. Sinds kort werd daarom op ILVO op vraag van de sector een nieuwe onderzoekspiste geopend. Er wordt een emissiemeetmethode ontwikkeld voor natuurlijk geventileerde varkensstallen met buitenloop om (op basis van cijfers) een beter zicht te krijgen op de verschillen in emissies tussen gangbare stallen en natuurlijk geventileerde stallen met buitenloop.

Dit artikel komt tot stand n.a.v. 10 jaar Varkenscampus

Vragen?

Contacteer ons

Eva Brusselman

Expert luchtemissies en milieutechnieken

Ook interessant