Dossier Zwerfstroom

Voor het welzijn van de koe en voor het vermijden van afwijkend gedrag bij koeien is het belangrijk dat een melkveestal vrij is van zwerfstromen. Wat zijn, hoe ontstaan en hoe detecteer ik zwerfstromen zijn allemaal vragen die beantwoord worden in dit dossier. Alsook 7 tips om zwerfstroom te voorkomen.

Dairy cow

Wat is zwerfstroom?

Zwerfstroom is elektrische stroom die het gangbare stroomcircuit verlaat en rond gaat zwerven. Alle geleidbare delen in de koeienstal kunnen hierdoor onder lichte stroom komen te staan. Van boxen tot waterbak en van spanten tot melkbeker. Als een koe in contact komt met deze geleider, en haar lijf op dat moment de gemakkelijkste weg (de weg van de minste weerstand) naar de grond vormt, dan vloeit de stroom weg via haar.

In de volksmond hoor je vaker de term lekstroom, maar dat is niet noodzakelijk hetzelfde als zwerfstroom. Lekstroom is een hoeveelheid stroom die een elektrisch apparaat kan afgeven, maar mits een goede aarding niet per definitie rondzwerft of problemen veroorzaakt.

Afwijkend koegedrag

Als er zwerfstromen aanwezig zijn zullen de dieren er alles aan doen om contact met stroombronnen te vermijden. Bij zwerfstromen in de stal zie je daarom afwijkend koegedrag. Zoals koeien die de melkstal of -robot niet in willen, heel onrustig zijn of de melk niet laten schieten, delen van de ligboxen of het voerhek niet gebruiken… Bij zwerfstroom op de waterbak zie je dat koeien eerst met de tong op het water slaan en likken of rollen voor ze durven te drinken. Al deze symptomen kunnen dan weer aanleiding geven tot secundaire problemen zoals niet uitmelken, mastitis, te weinig liggen, te lage water- of voeropname. In sommige gevallen kunnen deze problemen verder leiden tot pensverzuring, klauw- of vruchtbaarheidsproblemen. Deze veelheid aan symptomen, die uiteraard ook andere oorzaken kunnen hebben, maakt het voor de veehouder niet altijd eenvoudig om de mogelijke link met zwerfstromen te leggen.

Kennis over zwerfstroom delen

Melkveebedrijven in Vlaanderen stellen zich geregeld vragen over zwerfstromen. Exacte cijfers zijn er niet maar het is meer dan waarschijnlijk dat er sluimerende problemen zijn in de praktijk. Daarom leidt ILVO samen met melkmachinefabrikanten en veehouders een operationele werkgroep die onderzoek doet naar zwerfstromen. Dit EIP-project wordt gefinancierd door de Vlaamse overheid en het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO).

Baart Eloot (ILVO): “De werkgroep verzamelt en bundelt bestaande kennis rond meetmethodiek, detectie en dergelijke. In tweede instantie delen we die met melkveehouders, (melkmachine)technici en adviseurs.

Hoe voorkom je zwerfstroom?

Dezelfde aarding voor alle elektrische apparaten en geleidbare delen in de stal is de belangrijkste manier om zwerfstroom te voorkomen. Zo heeft alles hetzelfde equipotentiaal, dus dezelfde aardingsweerstand. Het advies van ILVO is een maximale aardingsweerstand van 6 á 7 Ohm.

Zwerfstroom houdt van nat

In vergelijking met de mens is de koe gevoeliger voor spanningsverschillen. Op een melkveebedrijf vindt je in natte – dus gevoelige - omstandigheden, denk aan de waterbakken of de melkstal en melkrobot. Daar geleidt de stroom goed. De plaatsen waar de koe in vochtige omstandigheden in aanraking komt met metalen onderdelen zoals hekwerk (hekwerk,…) vormen het grootste risico. Vooral de mond en de spenen van de koe zijn heel gevoelig voor elektrische stroom.

Ook de melkmeting kan hinder veroorzaken voor de koe. Deze is niet direct gekoppeld aan de aarding, maar werkt wel met stroom. Bij een defect kan zelfs de melk hierdoor geleider worden. Funest voor de gevoelige spenen én het welzijn van de koe. Verder zijn vooral aangevreten isolatie of kabels door ongedierte, te zware spanning op een kabel, een doorgeroeste aarding of het niet correct aansluiten van nieuwe apparatuur de oorzaken van zwerfstroom.

Hoe zwerfstromen opsporen?

Het opsporen van zwerfstroom is complex. In de eerste plaats al omdat de plaats waarop je het afwijkende koegedrag ziet, niet per se de bron hoeft te zijn. Een aangevreten kabel die tegen een spant aankomt, kan bijvoorbeeld voor niet-gebruikte ligboxen zorgen. Ook kan zwerfstroom alleen in bepaalde omstandigheden spelen. Bijvoorbeeld alleen na het schoonspuiten van de melkrobot of in vochtige weersomstandigheden omdat de kabel maar een klein beetje beschadigd is., of alleen na het schoonspuiten van de melkrobot. bij een aangevreten isolatie. [GR1] [FA2]

Zwerfstromen meten

In de operationele werkgroep wordt gewerkt aan een vast meetprotocol. We meten de aardingsweerstand met een voltmeter, met daar parallel een weerstand van 1.000 Ohm op, die als het ware de koe nabootst. Zowel de primaire als de secundaire kant van de installatie wordt gemeten. Bij de primaire kant wordt de minpool van de voltmeter verbonden met de aarding in de elektrische kast. Vervolgens wordt de pluspool in contact gebracht met de metalen structuren in de stal. Als norm wordt hier een maximaal spanningsverschil van 1V gehanteerd. Aan de secundaire kant (bvb. na een transformator) wordt de ene pool verbonden met één van de voedingskabels, de andere pool met de plaats waar men het potentiaalverschil wil kennen (bv. de melkleiding). Maximaal wordt hier een spanningsverschil van 0,5V toegelaten.

De norm die we aanhouden voor een spanningsverschil is maximaal 0,25 Volt, daarboven zie je afwijkend koegedrag. Wanneer het afwijkend koegedrag na het uitsluiten van meer voor de hand liggende oorzaken blijft aanhouden, schakel je best een deskundige in. Zo kun je zwerfstroom uitsluiten óf vinden en aanpakken.

7 Tips voor het voorkomen van zwerfstroom

  1. Maak bij nieuwbouw ook een plan voor je aardrail en de bijbehorende potentiaalvereffeningsrails, waarop je alle geleidbare delen aansluit. Dat begint al bij het aarden van de bewapening in het beton.
  2. Zorg bij uitbreiding dat ook de nieuwe apparaten zoals ventilatoren of een aanschuifrobot ook op je bestaande aarding komen.
  3. Werk met gediplomeerde monteurs en elektriciens die verstand hebben van de juiste aarding. Zorg ook voor een goede communicatie!
  4. Zorg dat alles in jouw stal hetzelfde equipotentiaal heeft. Vergeet ook je selectiepoorten en mestrobots niet.
  5. Bestrijd muizen en ratten. Door het doorknagen van de isolatie rond stroomkabels kan metaal in contact komen met geleiders.
  6. Besef dat je bij een grootverbruikaansluiting te maken krijgt met een externe aarding, waarmee je andere wisselstromen op je bedrijf kunt binnenhalen. Datzelfde geldt ook als je stal dicht bij een transformatorstation staat.
  7. Zie je afwijkend koegedrag? Schakel een expert in om zwerfstroom op te sporen of uit te sluiten.